contact disclaimer © Kanalen in Nederland
Welkom Actueel De Kanalen Over Kanalen Trivia Buitenland Colofon Links

Gaasterlandsche vaarten

Legenda

 

Ligging

Het gaat nu eens niet om één kanaal, maar om meerdere kanalen. Er zijn in totaal 12 Gaasterlandse vaarten en kanalen. Deze vaarwegen zijn gelegen in de lagere delen van het Gaasterlandse heuvelland. De totale lengte van de vaarwegen bedraagt 25,3 km en is als volgt verdeeld:
- Boekevaart: 800 m;
- Luts: 4.600 m;
- Nieuwe Vaart: 500 m;
- Rijstervaart: 5.100 m;
- Schouwvaart: 700 m;
- Sefonstervaart: 1.300 m;
- Sminkevaart: 1.800 m;
- Sondelervaart: 2.000 m;
- Spookhoekstervaart: 1.900 m;
- Van Swinderenvaart: 1.000 m;
- Witakkersvaart: 1.100;
- Zandvaart: 4.500m.


DE RIJSTERVAART BIJ DE MONDING IN DE FLUESSEN

Geschiedenis

Schuivend ijs
Het Gaasterland is binnen Friesland een bijzonder landschap. In het vlakke Friese land valt het gebied op door zijn reliëf met hoogten tot 12 meter. Deze bulten in het landschap zijn een gevolg van de voorlaatste ijstijd in ons land. Deze ijstijd vond zo’n 130.000 tot 230.000 jaar geleden plaats in het Saalien. In deze koude periode reikt landijs vanuit Scandinavië tot ons land. De grens van het ijs beweegt in een aantal fasen steeds verder naar het zuiden. Op een bepaald moment schuift het ijs een wal van puin, zand en stenen voor zich uit die tot stilstand komt langs de lijn Texel-Wieringen-Gaasterland-Urk-Vollenhove-Steenwijk-Coevorden. Na enige tijd rukt het ijs verder op en ‘overrijdt’ deze stuwwal. Hoewel sterk afgevlakt, blijft deze wel voor een groot deel bestaan in de vorm van lage heuvels. De bodem bestaat uit keileem, een mengsel van door het ijs vermalen grind, zand en leem, dat weinig doorlatend is. Op de keileembodems blijft gemakkelijk water staan en daarmee zijn ze een basis voor latere veenvorming.

Woeste gronden
In het begin van de middeleeuwen is Gaasterland nog een woest land met veel bos gelegen tussen de moerassige lage gronden. Met de ontwikkeling van de landbouw beginnen de mensen ook het Gaasterland in cultuur te brengen. Op de flanken van de heuvels ontstaan nederzettingen. De bossen worden gebruikt als graasgronden en worden ook op kleine schaal gekapt voor het hout en de verbetering van de vruchtbaarheid van de gronden. Het gevolg is dat de bossen geleidelijk degenereren tot heidevelden en zandverstuivingen. Dat het er redelijk goed boeren is, bewijst de aanwezigheid van een uithof/kapel bij Rijs. Deze uithof is één van de belangrijkere boerderijen van de abdij van Stavoren (later gevestigd in Hemelum).


DE SEFONSTERVAART BIJ RIJS

Adellijke geslachten
Het verhaal van het in cultuur brengen van het Gaasterland is grotendeels het verhaal van een aantal machtige families die in het Slot of Huis te Rijs resideren. Deze families hebben hun fortuin veelal elders vergaard en vestigen zich in het landschappelijk aangename Gaasterland waar zij verdere initiatieven nemen voor het in ontginning nemen van de gronden. In de 15e eeuw zijn het de Galema’s die hun intrek te Rijs nemen. Zij worden gevolgd door de familie Schwartzenberg in de 16e en 17e eeuw, de familie De Ruyter de Wildt in de 17e eeuw, de Rengers in de 18e eeuw en tenslotte de Van Swinderen’s vanaf het begin van de 19e eeuw. Al deze families hebben hun stempel gedrukt op het Gaasterlandse landschap. Daarbij gaat het ook om de aanleg van kanalen en vaarten. Overigens gaat, naast de invloed die deze families uitoefenen op het Gaasterlandse landschap, het leven in de bestaande dorpen als Oudemirdum, Sondel en Balk gewoon zijn gang met als gevolg meer geleidelijke en kleinschalige aanpassingen van het landschap.

De eerste kanalen
Op onderstaande kaarten is te zien dat in de 16e en een groot deel van de 17e eeuw Gaasterland een relatief woest en leeg gebied is. Er zijn geen watergangen, met uitzondering van de Luts bij Balk. De familie Schwartzenberg laat in de 17e eeuw de Rijstervaart aanleggen. Deze vaart loopt van het landgoed van de familie bij Rijs naar de Fluessen en wordt ook wel de Schwartzenbergersloot genoemd. De Rijstervaart heeft een verbinding met de Zuiderzee via de Merdersloot (nu de Spookhoekstervaart, Witakkersvaart en Sefonstervaart). De Merdersloot (of Mirdersloot) loopt via een drietal poelen naar het Zuurwennersluisje (Zuider-Vennersluisje) in de zeedijk langs de Zuiderzee (zie de kaarten uit 1720 en 1780). Met deze vaarten werd de aan- en afvoer van goederen mogelijk en werd tegelijk de waterhuishouding verbeterd. Beide ontwikkelingen waren goed voor het in ontginning nemen van de woeste gronden.

GAASTERLAND IN DE 16E EEUW GAASTERLAND IN DE 17E EEUW

Het ontstaan van een kanalennetwerk
Van de aanleg van kanalen komt het vervolgens een aantal eeuwen niet meer. Pas aan het begin van de 19e eeuw is het Gerard van Swinderen die het vaarwegennet van Gaasterland sterk verbetert en uitbreidt. Hij legt daarmee de basis voor het kanalennetwerk, zoals dat vandaag de dag ook aanwezig is. Ten eerste zorgt hij ervoor dat het riviertje de Luts tussen 1820 en 1830 wordt uitgediept en bevaarbaar wordt gemaakt tot de Kippenburg. Middels de Van Swinderenvaart wordt vervolgens de Luts aangesloten op de Merdersloot en daarmee de Rijstervaart, zodat een doorgaande vaarverbinding ontstaan tussen de Fluessen en het Slotermeer via het Gaasterland. Met deze ingrepen wordt de waterhuishouding in (de lage delen van) het gebied sterk verbeterd. Over deze kanalen wordt onder andere terpaarde naar Gaasterland gebracht om de relatief onvruchtbare gronden te bemesten. Ter ontginning van nog woeste gronden, maar ook ten behoeve van de afvoer van hout uit de bossen, worden haaks op de Luts en de Van Swinderenvaart zijkanalen gegraven als de Sminkevaart (ofwel Steendollensvaart) en nog een tweetal vaarten zonder naam. Deze laatste twee vaarten worden, verwijzend naar de plaatselijke streeknamen, hier voor het gemak Boekevaart en Schouwvaart genoemd. In deze tijd is overigens de verbinding met de Zuiderzee via de Merdersloot al verloren gegaan. De Zuiderzee kan worden bereikt via het Slotermeer en de Ee of via de Fluessen richting Stavoren.

GAASTERLAND OMSTREEKS 1720 GAASTERLAND OMSTREEKS 1780

Balanceren tussen ontginnen en bebossen
Wat de landheren eeuwenlang goed lukt in Gaasterland is het bewaren van een evenwicht tussen het ontginnen van gronden, de aanleg van bosplantages en het instandhouden van de bossen. Zo blijft het gebied landschappelijk aantrekkelijk en geeft het allure aan landhuis en –goed. Het is niet onwaarschijnlijk dat de bossen ook gebruikt zullen zijn voor de jacht. In de 19e eeuw weten de Van Swinderen’s dit evenwicht nog lang te bewaren. Zij leggen meerdere eikenhakhoutplantages aan. Hout wat goed gebruikt kon worden in de bouw en in de mijnen in België, Duitsland en later Limburg. De vaarten spelen voor het transport van het hout een belangrijke rol. Als de familie in financiële problemen komt verandert dit. Veel van de gronden worden verkocht. De zorgvuldig beheerde bosplantages raken versnipperd en worden gekapt. In snel tempo ontbost het Gaasterland. Het is aan burgemeester Gaaikema te danken dat de gemeenteraad in 1926 besluit de nog bestaande bossen te behouden en te beschermen ten behoeve van het toerisme.

De oostelijke kanalen
De genoemde vaarten en kanalen zijn allemaal met elkaar verbonden en lopen, aansluitend op de Luts, aan de westzijde van de Gaasterlandse heuvels. Aan de oostzijde van deze heuvels lopen echter ook nog twee kanalen. De oudste hiervan is de Sondelervaart die het dorp Sondel met de Ee bij Tacozijl (deels via de Nieuwe Vaart) verbindt. Bij Tacozijl ligt de sluis naar de Zuiderzee. Tot de aanleg van het Prinses Margrietkanaal was de Ee één van de belangrijkste vaarroutes tussen Friesland en de Zuiderzee. De Sondelervaart dateert van rond 1725. In 1848 is de vaart nog eens verbreed (en is vermoedelijk de Nieuwe Vaart aangelegd) en een halve eeuw later is er een zwaaigat aangelegd bij het dorp. De vaart is van belang geweest voor het vervoer van goederen en grondstoffen (turf, zand, hout). De andere vaart is de Zandvaart die van de Sondelervaart bij de Sondelerleijen naar het buurtschap Gaastburen loopt. Voor het grootste deel loopt deze vaart direct ten westen van de Zuiderzeedijk. De vaart is rond 1890-1900 aangelegd. De functie voor transport was beperkt. Wellicht heeft er voor een korte tijd zandtransport over plaatsgevonden, maar de naam kan ook afgeleid zijn van in de directe omgeving aanwezige veldnamen, zoals Zandvoorderhoek. Het is waarschijnlijk dat de vaart vooral een waterhuishoudkundige functie heeft. Dat is in ieder geval in deze tijd het geval.

GAASTERLAND OMSTREEKS 1885 WESTELIJKE DEEL GAASTERLAND OMSTREEKS 1904

Een overzicht
Als we de ontwikkeling van het kanalennetwerk in vogelvlucht bekijken, dan ontstaat het volgende beeld dat met de getoonde historische kaarten wordt ondersteund. Het Gaasterland is eerst een gebied met vooral wouden en heide met aan de flanken enkele dorpen en buurtschappen. Tussen de heuvels en aan de voet van de heuvels is sprake van moerassen en plassen. De Luts is de enige rivier in het gebied en loopt vanaf de noordzijde van de heuvels naar het Slotermeer bij Balk. In de 17e eeuw gaat dit beeld veranderen. De Rijstervaart wordt aangelegd, terwijl de Merdersloot wat lokale plassen met elkaar verbindt en voor een verbinding tussen de Fluessen en de Zuiderzee zorgt. Hiermee is het zuidwestelijke deel van het Gaasterland ontsloten door vaarwegen. In de 18e eeuw ontstaat met de Sondelervaart een ontsluiting van het gebied aan de oostzijde. Hiermee wordt het gebied aangehaakt op de belangrijke vaarverbinding over de Ee. De 19e eeuw staat in het teken van het verbinden van de vaarwegen tussen het westen en noorden van het Gaasterland. De Luts wordt via de Van Swinderenvaart aangesloten op de Merdersloot en Rijstervaart. De Merdersloot heeft dan al haar belang als verbinding met de Zuiderzee verloren. Dat maakt de nu ontstane verbinding tussen Fluessen en Slotermeer via de Van Swinderenvaart en de Luts des te aantrekkelijker. Via enkele zijtakken, zoals de Sminkevaart, worden aanliggende gebieden ontsloten en ontwaterd. Aan het eind van de 19e eeuw wordt tenslotte de Zandvaart aangelegd als lange, maar ook wat solitaire vaarweg. Aan de noordzijde wordt aangetakt op de Sondelervaart.


Langs de Gaasterlandse vaarten

Nieuwsgierigheid als leidraad
De Gaasterlandse vaarten zijn deels per voet en deels per fiets bezocht. Gestart werd in Oudemirdum op één van de eerste mooie lentedagen. Oudemirdum ligt niet aan een vaart, maar het is er gezellig en van hieruit is mooi te wandelen naar de dijk langs het IJsselmeer in de richting van het punt waar de Merdersloot (nu Sefonstervaart) ooit eens in de Zuiderzee stroomde. Daar lag het Zuider-Vennersluisje en ik ben erg nieuwsgierig naar wat hier nog van terug te vinden is.

Bijzondere uitzichttoren
De wandeling uit het dorp voert langs het Jolderenbosch op het hoogste punt van Gaasterland. Hier aan het Huningspad staat nog een luchtwachttoren uit 1953 (1). Deze torens werden als uitkijktorens gebruikt door het Korps Luchtwachtdienst. Er bestond een fijnmazig netwerk van in Nederland, maar nu worden deze torens steeds zeldzamer. Deze hier is het enige exemplaar in Friesland. Wat verderop wijkt het bos en is er zicht op de glooiende landerijen van de Zuiderfennenspolder.

Van desillusie naar idylle
Langs de Sefonsterdijk wordt het pad lang en recht. Iets verderop raakt de Sefonstervaart aan deze oude zeedijk. Daar aangekomen wacht een desillusie (2). Er is niets, maar dan ook niets te zien van enig relict dat verwijst naar het feit dat hier een vaarverbinding lag met de zee. Natuurlijk de Sefonstervaart is er wel, maar deze heeft nu een functie als wetering en loopt keurig dood op de Sefonsterdijk. Op, in en over de dijk is verder geen spoor meer te vinden van de sluis of een vaarweg. Jammer dat niets resteert van wat eens een markante plek was. Er hoeft echter niet lang getreurd te worden. Met de Sefonstervaart voor de voeten begint de tocht langs de vaarten nu echt. Het onverharde pad langs de Sefonstervaart ziet er uitnodigend uit. Gaand over het pad valt al gauw op hoe stil en landelijk het er is. Het heldere blauwe water van de vaart, de aanliggende zacht glooiende heuvels, het felgroene lentegras en het feit dat blijkbaar niemand hier komt maken het tot een kleine idylle.

DE ZUIDERFENNENSPOLDER DE SEFONSTERVAART STOPT BIJ DE ZEEDIJK

Zoemende bijen en kindergejoel
De lentezon behaagt en overal klinken zoemende bijen. Een koeienbruggetje over de vaart geeft wat afwisseling. Vroeger stond hier een poldermolen, maar deze is verdwenen. Iets over de helft ligt een stuw met elektrisch gemaal in de vaart. Wat al min of meer duidelijk was, wordt hier bevestigd. Over deze vaart kan niet meer worden gevaren. De vaart is dan ook weelderig begroeid met lelies. Ook de oevers ogen natuurlijk. Verder lopend naar het noorden komt de vaart aan bij de doorgaande weg, de Jan Schotanuswei. Hier bij de entree van het dorp Rijs ligt een mooi bebouwingscluster met boerderij en een geslaagd modern huis. De aangrenzende beplanting maakt het traject van de Sefonstervaart wat lommerrijker. Overigens is de vaart het laatste stukje tot de Jan Schotanuswei niet direct te volgen. Er moet een klein stukje omgelopen worden. Hier valt een aanzwellend kindergejoel op. Het blijkt dat de kleine omweg een gevolg is van de aanwezigheid van Speelpark Sybrandy’s dat gelegen is aan de brug over de vaart.

Nieuw gebruik van oude vaarten
De brug over de vaart herbergt een gedenksteen met als jaartal 1876. Vanaf de brug gaat de Sefonstervaart verder als Witakkersvaart. Deze vaart slingert lichtjes langs enkele fraai gelegen erven om vervolgens vrij recht richting de Spookhoekstervaart te lopen. Om weer langs de vaart te komen kan goed gebruik worden gemaakt van een recent gebouwd chaletpark van camping de Vossenhoek. De verrassing is groot als blijkt dat dit nieuwe chaletpark (3) middels een nieuwe vaart en zwaaikom is aangesloten op de Witakkersvaart. Met een bootje bij je chalet kun je nu zo aantakken op het vaarwegennet in Friesland. De ingang van het chaletpark vanaf het water is markant vormgegeven door een hoog oplopende boogbrug. Dat geeft een goed beeld van de schepen die hier kunnen worden gebruikt; kleine motorboten en sloepen.

Door de weilanden
Bij deze nieuwe boogbrug sta je ook weer bij de Witakkersvaart zelf. Deze vaart is verder niet al te breed en loopt recht door de akkers richting het noorden. Een begeleidend voet- en fietspad ontbreekt. Omdat er ook geen aanliggende erven zijn, besluit ik over de weilanden langs de vaart te lopen. Dat voelt altijd wat stiekem en onzeker, maar het is de moeite waard. Het gedeelte leent zich goed voor een mooie wandeling. Opvallen zijn de tweetal dammen die voor het landbouwverkeer worden gebruikt. In deze dam is wel een uitsparing voor de vaart gemaakt, maar deze is niet al te groot. Dat vraagt nog wel om enig werk wil men hier vanaf het chaletpark kunnen varen naar de Spookhoekstervaart.

BRUG BIJ NIEUWE HAVENTJE BIJ CHALETPARK DE SPOOKHOEKSTERVAART VANAF DE ZESDE BRUG

Een kleine oase
Bij de Spookhoekstervaart sta je voor een tweesprong: linksaf richting het westen en de Rijstervaart of rechtsaf naar het oosten en de Luts. Ik besluit voor het eerste. Ook al omdat daar nu wel een onverhard pad langs loopt. Het blijkt een kort maar prachtig stukje. De Spookhoekstervaart wordt fraai omzoomd door hoge bomen en beplanting. Bij de zogenaamde Zesde Brug liggen daarnaast ook een aantal erven met landschappelijke beplanting. Het maakt dit stukje tot een schaduwrijke oase (4). Op de Zesde Brug staand is er een prachtig zicht over de vaart. Met grote regelmaat komt er laag onder je een motorjacht of grote sloep langs. Een heerlijke plek om te genieten aan het water.

Naar het Friese land
Naar het westen toe is de Spookhoekstervaart nog een klein stukje te volgen. Daarna rest even niets anders dan langs de provinciale weg te lopen of fietsen. Het landschap wordt hier meer open van karakter. Verdwenen zijn de bossen en bosschages van het Gaasterland. Ervoor in de plaats komt de weidsheid van de polders die zo karakteristiek zijn voor het Friese land. De provinciale weg moet overigens niet te lang worden gevolgd. Via het Westerein en een paadje langs een klein bos is via onverharde wegen te komen tot de kruising van de Spookhoekstervaart en de Rijstervaart net bij het viaduct van de provinciale weg. Zelfs met deze weg is het een mooi beeld: een laag, leeg en vooral groen land met (redelijk) druk vaarverkeer over de vaarten.

Struinen langs de vaart
De Rijstervaart volgend naar de Fluessen moet er al gauw gestruind worden. Er zullen een aantal hekken met prikkeldraad moeten worden beklommen om de vaart te kunnen volgen. Eerst loop je dan een tijdje evenwijdig aan de provinciale weg, maar al gauw buigt de vaart af en wordt het steeds landschappelijker en mooier. De Rijstervaart slingert hier langzaam door bloemrijke weiden. In de verte zie je her en der de oranje daken van de stelpboerderijen. Na ruim een kilometer gaat het struinen over in een onverhard pad en is er zelfs weer te fietsen.

DE RIJSTERVAART EEN VAN DE ZIJTAKKEN VAN DE RIJSTERVAART BIJ RIJS

Een kleine pleisterplaats
Na een haakse bocht richting het noordwesten komt de Rijstervaart uit in de Fluessen (of meer specifiek het deel genaamd De Holken). Hoewel hier slechts één boerderij is gelegen en geen buurtschap, heeft het toch iets knus. Er liggen ook meerdere kleinere en grotere schepen aangemeerd, zodat het iets van een haventje heeft. Net aan de andere kant van de weg Oordenwei is een picknickplaats en kan je via een traphekje over de dijk struinen (5). Een fier standbeeld van een jolig mannetje op een lange paal waakt hier over het einde van de Rijstervaart.

Gevorkt verleden
Daarmee is echter slechts een deel van de Rijstervaart bezocht. De Rijstervaart loopt vanaf de Fluessen naar het Rijsterbosch bij Rijs en takt daar als een vork in drie delen uiteen. Dit deel van de vaart door de Rijsterpolder is (in ieder geval op een fiets) niet te volgen. Er lopen geen paden en de aanwezige sloten zonder bruggen of dammen maken het lastig er langs te lopen. Wel is ook hier de Rijstervaart te bevaren, maar dan moet meer aan roeiboten en kleine sloepen worden gedacht. Vanaf de Mientwei bij Rijs kan in ieder geval bij de uiteinden van de drie aftakkingen worden gekeken. De meest westelijke is het interessants. Hier staat nog wat bebouwing en lijkt de vaart te eindigen in een kleine zwaaikom. Rond 1900 stond hier een steenbakkerij (6). Van de bedrijfsgebouwen resteert niets meer, maar de aanwezige woningen dateren nog wel uit deze tijd. Opvallend is dat ik niet zo gauw sporen zie van afgravingen voor het bakken van stenen. Geen grote plassen of kuilen. Wellicht is er in de omringende heuvels gegraven. De steenbakkerij is in de Eerste Wereldoorlog nog gebruikt als interneringskamp voor vluchtelingen uit België. De andere twee aftakkingen hebben een meer landelijk karakter. Het zijn grote sloten die doodlopen op de Mientwei. De meest oostelijke aftakking sluit aan op het terrein waar vroeger het Huis of Slot Rijs stond. Hier is nu een park ingericht met moderne verwijzingen naar het roemruchte verleden.

Wisselend landgebruik
Van Rijs gaat de tocht weer terug naar de Spookhoekstervaart (vroeger ook wel Spokers Hoekvaart genoemd) bij de Zesde brug. Vroeger was dit een ophaalbrug. Nu naar het oosten gaand komen we in een gebied dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw ingrijpend is veranderd. Wat eens een bosgebied was, is nu een recreatiegebied geworden; het Wyldemerk. Een groot deel van het bos is hier in het kader van de zandwinning vergraven tot plas. Gelukkig is er via de recreatiepaden goed te lopen langs de Spookhoekstervaart. Bij het buurschap Schouw komt deze vaart uit in de nieuwe plas. Een voetbrug (vroeger een voetveer) brengt je hier naar de overzijde. Hier zijn wat ligplaatsen en daar maakt de recreatievaart gaarne gebruik van. Hier loopt ook de Schouwvaart (eigenhandig genoemd naar het buurtschap). Deze smalle vaart loopt fraai door het land, maar is privé terrein, zodat het bij een blik over de vaart blijft.

DE SCHOUWVAART MONDT UIT IN DE SPOOKHOEKSTERVAART DE VAN SWINDERENVAART

Geen doorkomen aan
Langs de zuidzijde van de nieuwe plas probeer ik nu naar de Van Swinderenvaart te komen. Dat valt niet mee. Er lopen geen paden en zelfgezochte wegen in bos en kreupelhout lopen vast op sloten of prikkeldraad. Hier mag je blijkbaar niet komen. Dan maar even terug via de Oude Balksterweg en dan is er bij het Roekebosch weer bij de Van Swinderenvaart te komen. Dit is een strakke rechte vaart die vrij diep in het landschap ligt. De vaart is omgeven door hoge wallen en hoge bomen van aangrenzende bosgebieden. De brug bij de Sminkewei is een herkenbaar baken aan de einder. Daar ook stroomt de Sminkevaart de Van Swinderenvaart in.

Een roemloos einde
De Sminkevaart is de grootste van de opvaarten naar de Luts en de Van Swinderenvaart. De vaart loopt zeer strak door het bos, maar heeft een zekere grandeur door de prachtige hoog opgaande beplanting langs de oevers. Aan de westzijde bestaat deze beplanting uit bos dat tot aan het water reikt. De bomen staan er min of meer schots en scheef. Aan de oostzijde staat boven op de oever een prachtige dubbele beukenlaan. Tussen de beuken door loopt een wandelpad. Omdat de oevers wel 3 tot 4 meter hoog zijn is er goed zicht op de vaart. Een tweetal opvallende witte houten fiets- en wandelbruggen liggen over de vaart. Verder gebeurt er niet veel. De vaart loopt maar verder door het groen. Na bijna twee kilometer maakt het bos plaats voor landerijen. Het is ook het begin van het einde van de vaart. In dit laatste stukje verlandt de vaart zienderogen tot er vrijwel niets meer over is achter de boerderij aan de Boegen. Ik verwacht nog wat restanten te zien van de vroegere functie met wat laad- en losmogelijkheden, maar niets van dat al. De Sminkevaart, ooit ook wel Steendollensvaart genaamd door alle stenen die men vond bij het graven van de vaart, eindigt roemloos.

In het hart van Gaasterland
Weer terug bij de Van Swinderenvaart is het een klein stukje naar Kippenburg. Aan de overzijde valt de nieuwbouw van het dekstation Gaasterland op. Vrij massaal ineens in dit verder kleinschalige en mooie gebied. Gelukkig maakt de Kippenburg weer veel goed (7). Op deze plek, waar de Van Swinderenvaart onzichtbaar overgaat in de Luts, ademt alles historie uit. Niet hele oude historie overigens. Aan het begin van de 19e eeuw besloot jonkheer G. Van Swinderen een hoenderfokkerij te starten in wat nu De Starnumanbossen zijn. Daarbij liet hij het landhuis de Kippenburg bouwen. Het werd echter geen succes en in 1850 werden de activiteiten gestaakt. De Kippenburg werd een herberg, wat het tot 1985 zou blijven. Nu is het fraaie bouwwerk in het hart van het Gaasterland als vakantieverblijf te huren.


DE SMINKEVAART

Van iets naar niets
Op het landgoed van de Kippenburg ligt ook de Boekevaart, de meest noordelijke van de vaarten die aantakken op de Luts/Van Swinderenvaart. Deze lijkt sterk op de Sminkevaart, maar is wat kleinschaliger. Ook ligt de vaart iets minder diep in het landschap. Aan beide zijden kan goed langs de vaart worden gewandeld. Waar de Sminkevaart op het oog nog grotendeels wel bevaarbaar zou zijn, daar is hier geen sprake van. Ten eerste is de verbinding met de Luts afgedamd. Ten tweede ligt er veel plantaardig materiaal in de vaart. Dat geeft het een lommerrijk aanzien, maar varen is er niet meer bij. De vaart eindigt op een groot rechthoekig agrarisch perceel. Nog meer dan bij de Sminkevaart is het hier onduidelijk of er sprake was van enige relatie met het gebied/terrein waar de vaart eindigt. Wie zich daar verder niets van aantrekt kan hier verder wel heerlijk wandelen.

Een rivier als een kanaal
De Luts schijnt ooit een rivier te zijn geweest, maar in alles lijkt het nu een kanaal. Wie zich nog een Elfstedentocht kan herinneren weet wellicht ook dat deze schaatstocht over de Luts gaat. Het is een karakteristiek stuk. De Luts is smal, ligt tussen hoge oevers en wordt begeleid door hoog opgaande bomen. Dat geeft een soort van tunneleffect. Langs de Luts is zowel goed te wandelen (vooral langs de oostzijde) als te fietsen (westzijde). Na de bossen van De Starnuman staan er wat meer boerderijen langs de Luts. De aangrenzende landerijen maken het landschap meer open.

DE KIPPENBURG DE BOEKEVAART

Een stadje van een dorp
Al snel komt de Luts echter Balk binnen. Hier is de Luts op zijn mooist. Dankzij een besluit uit 1785 staan er lindebomen aan weerszijden van de Luts. Dat was ooit een actie van welgestelde inwoners die de plaats wat meer aanzien wilde geven. Het past mooi bij de vele prachtige historische panden die hier staan. Wat dat betreft lijkt het wel een klein stadje. De bomen van nu zijn niet zo oud, maar zorgen nog wel altijd voor een prachtig plaatje, tezamen met de twee gietijzeren ophaalbruggen. Bij het oude gemeentehuis ligt een hoge vaste brug over de Luts die daarmee bepalend is voor de doorvaarthoogte op dit traject.

Het gemis van een fabriek
Buiten het centrum loopt de Luts eerst langs nog wat oude en nieuwe bedrijventerreinen. Het was spijtig om te zien dat het monumentale gebouw van de veevoederfabriek ‘De Volharding’ nu is gesloopt. Een aantal jaren terug was ik nog zeer onder de indruk van dit, weliswaar leegstaande, gebouw. Wat rest is een kale vlakte (8). Ik weet dat het niet gemakkelijk is deze kolossale gebouwen her te bestemmen, maar ik mag hopen dat hier toch tot het uiterste daarnaar is gezocht. Het voelt nu als een groot gemis en dat zegt dan iemand die maar twee keer in Balk is geweest.


DE LUTS IN BALK

Van de stilte naar de drukte
Verder richting het Slotermeer wordt het gauw weer landelijker. Dat is echter maar van korte duur, want nu wordt de invloed van de vaarrecreatie duidelijk. Er staan bankjes langs de kant, er zijn meer ligplaatsen aan het water en waar de Luts in het Slotermeer stroomt liggen jachthavens en bungalowparken. Het is duidelijk dat dit een toeristisch zwaartepunt is. Men is hier wel heel duidelijk op het water en het varen op water gericht. De drukte vormt een groot contrast met het binnenland van Gaasterland. Ik ben er blij om en fiets over de rustige binnenwegen via het leuke plaatsje Wijckel naar het dorp Sondel.

Was hier een vaart?
Sondel Is een langgerekt dorp met enkele fraaie historische boerderijen. Zou je niet beter weten dan ben je ook zo het dorp weer uit zonder ooit een vaart te hebben gezien. De vaart ligt dan ook achter de bebouwing haaks op de hoofdweg. Daar loopt langs de Sondelerdyk de Sondelervaart. Het is niet meer dan een sloot, maar nog tot in het begin van de vorige eeuw was er sprake van relatief druk scheepvaartverkeer. Nu herinnert niet al teveel meer aan die dagen of het moet de benaming Swaaigat zijn waaraan een klein nieuwbouwbuurtje is gelegen. De vaart loopt in een vrijwel rechte lijn naar het oosten door de weilanden. Pas bij de Sondelerleien is er landschappelijk sprake van wat afwisseling. Niet veel verder gaat de Sondelervaart over in de Nieuwe Vaart die met een haakse bocht verderop de Ee instroomt. We zijn dan bij Tacozijl aangekomen waar de Ee nog altijd het IJsselmeer instroomt, al is dat nu middels een stuw en niet meer via een sluis (9). Restanten van de sluis zijn overigens nog wel goed te zien aan de westzijde van de Ee bij de aangelegen boerderij. Het zicht over de in het IJsselmeer stromende Ee is overigens wijds en fraai. Het is een stil en misschien zelfs wel wat ruig gebied. Jammer alleen dat de gigantische windmolen bij de aangelegen boerderij dit verstoord met zijn sinistere geruis.

Van windmolen naar windmolen
Die grote windmolen heeft wel iets dreigends dus opgelucht spoed ik mij naar de laatste vaart in Gaasterland: de Zandvaart. Dit is één van de langste vaarten in het gebied. Ik pik de Zandvaart op bij het natuurgebied van de Sondelerleien. Hier loopt een prachtig landweggetje (De Leijen) langs de vaart. Er wordt niet op gevaren. De vaart kent, zeker bij het natuurgebied, een natuurlijke begroeiing. Dat oogt fraai. Meer naar het zuiden toe verandert het karakter in dat van een wetering. Er ligt een lage brug over de vaart. Niet ver van de IJsselmeerdijk buigt de weg af en loopt de vaart door richting de dijk. Met de fiets is de vaart niet meer te volgen. Lopend zou het kunnen, maar verboden toegang borden wijzen je erop dat dat toch echt niet de bedoeling is.
Vanaf hier heeft de vaart ook steeds meer te maken met afdammingen ten behoeve van niet openbare boerenerfwegen om bij de landerijen naast de dijk te komen. Verderop bij de toepasselijk genaamde Sânfaertsdyk kom ik weer langs de Zandvaart te fietsen. Het is landschappelijk een mooie vaart, zoals deze door bloemrijke weiden loopt. Via de afdammingen kun je met wat klimwerk de dijk opkomen waar vanaf mooie uitzichten wachten. Het beeld wordt echter getrokken door weer een gigantische windmolen aan het einder. Het is misschien wel een sympathieke manier van energiewinning, maar de visuele impact kan toch wel groot zijn. Hier is het storend, maar dat is eerlijk gezegd het hele erf hier. Het is maar goed dat het helemaal in de hoek van Gaasterland ligt en misschien is dat ook juist wel weer de aanleiding tot deze verrommeling geweest. De Zandvaart eindigt (of begint) op deze rommelige plek. Het is meteen duidelijk dat de vaart mooier te beleven is gaand van zuid naar noord. Tezamen met de Sondelervaart is het een beetje een buitenbeentje tussen de Gaasterlandse vaarten. Beide vaarten zijn in hun uiterlijk en ligging meer ter vergelijken met de Friese vaarten elders in de provincie en minder met hun directe buren die tussen de glooiende heuvels lopen.

DE SMALLE SONDELERVAART BIJ SONDEL DE GROTENDEELS AFGEDAMDE ZANDVAART


Wat valt op?

Literatuur

Ik ben de Universiteitsbibliotheek Utrecht (speciale collecties: kaartenzaal) zeer erkentelijk voor het gebruik van de op deze webpagina opgenomen historische kaarten.

 


Het begin van de lente langs de Sefonstervaart
   


Het gemaal in de Sefonstervaart


De Witakkersvaart

   


Struinen langs de Witakkersvaart


Nog wat ingrepen nodig voor bevaren Witakkersvaart

   


Bij de lommerrijke Zesde Brug


Genieten langs de Spookhoekstervaart

   


Kruising Spookhoekstervaart en Rijstervaart


De Rijstervaart richting de Fluessen

   


De Rijstervaart vanaf de Woudbrug




Rijstervaart bij de locatie van de vroegere steenbakkerij


Eén van de aftakkingen van de Rijstervaart bij Rijs




Zandwinningsplas bij Wyldemerk


De Luts bij Kippenburg




De Gouwvaart




De Sminkevaart bij Elfbergen


Verlanding bij het einde van de Sminkevaart




Karakteristiek beeld van de Luts


De Luts richting Slotermeer




De Luts in Balk


De monding van de Luts in het Slotermeer




Een natuurrijke Boekevaart



Het einde van de Zandvaart bij Gaastburen


De Zandvaart bij de Sondelerleien




Ook langs de Zandvaart: bloemrijke oevers, maar helaas ook verboden toegang




De Sondelervaart: in naam nog een swaaigat


Er valt verder weinig te varen op de Sondelervaart




De blik richting IJsselmeer bij Tacozijl
Locatie Gaasterlandsche vaarten

Gaasterlandse
Vaarten
Verkenning: 18 april en 5 mei 2010
Geplaatst: 28 oktober 2011

kaart
Tekst
Foto's