• darkblurbg

Inleiding

Dit jaar brengt de vakantie ons naar Denemarken. Een prettig land zonder hoogtepunten of het moet Legoland voor de kinderen zijn. Een land ook zonder kanalen was mijn vrees. Net voor vertrek brengt een Zweedse website over kanalen in Scandinavië uitkomst. Het kaartje van Denemarken toont een dertiental kleine kanalen. In de meeste gevallen betreft het hooguit een uitgediepte vaargeul in de sliert van eilanden langs de Noordzeekust. Gelukkig bevindt zich niet ver van onze camping een interessanter kanaal: het Kanaal van Frederik de VII. Dit kanaal ligt bij Løgstør aan het Limfjord. Een bezoek kan niet uitblijven, maar eerst duik ik wat in de geschiedenis van Denemarken en het Limfjord.

 

Geschiedenis

Een land van water
Water is in Denemarken nooit ver weg. De belangrijkste dorpen en steden liggen aan zee of aan een fjord. Denemarken is in het verleden een land van landbouwers, vissers en zeevaarders. Wat het laatste betreft spreken met name de Vikingen tot de verbeelding. Zij zijn berucht om hun plunderingen, maar ze tonen zich ook als kolonisten, ontdekkingsreizigers en handelaren. De Deense Vikingen hebben zich vooral gericht op Engeland en overig West-Europa. Hun machtsbasis lag in Jutland. Hier zijn enkele grote, maar slechts kort gebruikte, Viking burchten gebouwd, zoals Fyrkat en Aggersborg. Ook liggen hier de oudste nederzettingen aan de uiteinden van de fjorden langs de zogenaamde Hærvej, een belangrijke militaire en handelsweg die van noord naar zuid over Jutland liep.

Het Limfjord
Het Limfjord is het grootste en meest noordelijke van de fjorden in Jutland. In de tijd van de Vikingen vormde het een open verbinding met de Noordzee en konden schepen het fjord gebruiken om de onstuimige wateren van het diepe Kattegat en Skagerak te omzeilen. Aalborg is de belangrijkste stad aan het Limfjord. Net ten noorden van deze stad liggen nog de restanten van een belangrijke Vikingnederzetting (Nørresundby). Na de tijd van de Vikingen in de Late Middeleeuwen (14e-15e eeuw) verzandde de doorgang van het Limfjord naar de Noordzee en werd het tot een grote binnenzee. Nog is het dan niet gedaan met de voorspoed. Als grote binnenzee trok het fjord haring aan en eeuwenlang werd er goed geleefd van de haringvisserij.


De jachthaven bij Løgstør.

De verzanding bij Løgstør
Ook Løgstør, gelegen op zo’n 30 kilometer ten westen van Aalborg, is een stadje dat veel te danken heeft aan de haringvisserij. Dat gaat enkele eeuwen goed, maar als in 1862 een zware storm de landtong bij Agger doorbreekt en zo de verbinding tussen Limfjord en de Noordzee herstelt, is het gedaan met de haringvisserij. Al eerder heeft een ander probleem ook zo zijn gevolgen voor Løgstør. De smalle doorgang van het Limfjord bij Aggersund net ten oosten van Løgstør verzandt zienderogen. Deze Løgstør zandbanken vormen een groot probleem voor de scheepvaart. Op het water moet de lading worden overgeslagen op kleinere schepen. Het schip wordt vervolgens over de zandbank gesleept en daarna weer opnieuw geladen. Een tijdrovende klus. Met slecht weer moesten schepen soms wel weken wachten.

Een kanaal als oplossing
Deze problemen werden uiteindelijk zo groot dat de overheid besloot in te grijpen. Tot dan toe lukte het niet om een vaargeul door de zandbanken te grave. Deze slibte binnen de kortste tijd weer dicht. De oplossing werd gevonden in de aanleg van een kanaal bij Løgstør dat de zandbanken omzeilt en uitkomt bij een dieper en beter bevaarbaar deel van het Limfjord. In 1856 klonk het starschot voor de aanleg van dit 4,4 kilometer lange kanaal tussen Løgstør en Lendrup. Voor Denemarken is het een vrij uniek project. Tot dan is er nauwelijks nog een kanaal aangelegd. Met al die fjorden, zeearmen en meren was daar ook weinig noodzaak voor. Het kanaal is dan ook hoofdzakelijk door buitenlanders, met name Duitsers (zo’n 400), aangelegd. Het werd met de hand gegraven en de aanleg duurde wel vijf jaar. Dat klinkt als een lange tijd voor zo’n klein kanaal, maar dit kanaal werd vlak langs de kust gegraven. Hiervoor moest een deel van een klif wijken, terwijl aan de andere kant met het uitgegraven zand een dijk werd aangelegd. Deze dijk moest het kanaal beschermen tegen het watergeweld van het Limfjord. Op 13 juli 1861 werd het kanaal geopend door koning Frederik VII in aanwezigheid van 8.000 mensen en vertegenwoordigers uit vele landen.

Een snel maar kort succes
Het 28 meter brede en 3 meter diepe kanaal is al snel een succes. Tot 1896 passeren jaarlijks 1.000 tot 1.500 schepen het kanaal. Dan volgen enkele zeer succesvolle jaren met als hoogtepunt 2.923 schepen in 1899 en circa 2.500 in 1900. Opvallend is dat het kanaal geen sluis kent. Het staat aan beide zijden in een open verbinding met het Limfjord. Dat maakt nog maar eens duidelijk dat het kanaal vooral moet worden gezien als een over het land doorgetrokken vaargeul langs de zandbanken van het Limfjord. De techniek staat echter niet stil en in de periode 1898-1901 lukt het de Denen om door de Løgstør zandbanken heen een vaargeul aan te leggen. Dit heeft direct gevolgen voor het kanaal. Vanaf 1901 passeren nog maar zo’n 150 schepen het kanaal. Dit aantal neemt iets toe tot circa 600 in 1912, maar dit kan niet verhinderen dat het rendement van het kanaal te gering is geworden. In 1913 volgt de sluiting. Het kanaal werd later aan de zijde van Lendrup afgesloten van het Limfjord. Bij Løgstør krijgt het kanaal deels een nieuw leven door als jachthaven van de stad te gaan functioneren.


Schets van het kanaal bij Løgstør (1884) en de scheepsstatistieken 1862-1913 (piek rond 1899/1900).

Langs het kanaal van Frederik VII

Een zekere nationale trots
Toen ik eenmaal weet had van dit kanaal en er gericht informatie over opzocht, blijkt er het nodige over geschreven te zijn. Hoe klein het kanaal ook mag zijn, met zijn iets meer dan 4 kilometer, de Denen lijken er trots op. Het is een regionale attractie en er is zelfs een museum in één van de voormalige kanaalwachtershuisjes gevestigd. Dit museum is eigenlijk vooral aan het Limfjord gewijd, maar goed dat mag de pret niet drukken.

Een gezellige drukte
Løgstør is mijn uitvalsbasis om dit kanaal te bezoeken. Hier is ook het 'kanaalmuseum' gevestigd. In deze plaats is duidelijk dat al het vertier met name langs het water te vinden is, zowel langs het Limfjord als langs het kanaal. In de eerste honderden meters is het kanaal geheel in gebruik als jachthaven (1). Aan beide zijden van het kanaal bevinden zich steigers waaraan de vele boten zijn gelegen. Het is er een drukke en gezellige boel. Boten varen in en uit en overal is er zicht op het brede Limfjord dat zich direct achter het kanaal tot aan de verre horizon uitstrekt.


Fraaie gietijzeren brug naar het kanaalhuis bij Løgstør.

Naar het strand
Een houten bruggetje halverwege de haven maakt het mogelijk naar de overkant te gaan. Deze brug is met een hoogte van 3 meter niet al te hoog. Alle schepen met staande mast liggen dan ook voor deze brug, terwijl daarachter de veelal kleinere motorjachten liggen. Wie de brug oversteekt komt op de smalle strook land tussen het kanaal en het Limfjord. Hier kan prachtig over het Limfjord worden uitgekeken. Ook liggen er kleine (steen)strandjes langs deze strook grond. Ideaal om wat af te koelen op een hete dag, zoals vandaag.

Witte monumenten van steen
Op de hoge dijk lopend (die veel weg heeft van een duin) langs het kanaal, wordt het beeld gedomineerd door de grootste attractie van het kanaal. Het is het voormalige kanaalwachtershuis (2). Dit prachtige wit gepleisterde gebouw met een sierlijk trapgeveltje is gebouwd in 1863 en werd vroeger bewoond door de kanaalopzichtigers. In deze omgeving met het blauw van het water en de lucht, het groen van de heuvels en het bruingeel en wit van het duin en strand, knallen deze strak wit gepleisterde gebouwen met hun oranje daken er uit. Ze zijn ook prachtig onderhouden en lijken nog volop in gebruik. Deze gebouwen staan aan beide uiteinden van het kanaal en hier vanaf Løgstør is ook al het kanaalwachtershuis aan het andere uiteinde bij Lendrup te zien als een kleine witte schittering.


Prachtige witte kanaalwachtershuizen. Deze staat bij Lendrup.

Een grote aantrekkingskracht
Het kanaalwachtershuis in Løgstør heeft een grote aantrekkingskracht. In het gebouw is een deel van het Limfjord Museum gevestigd met daarbij ook aandacht voor het kanaal. Het gebouw ligt direct tegenover de oudste draaibrug van Denemarken, een mooie ijzeren brug waaraan op dit moment net wat klein onderhoud wordt gepleegd. Aan de andere zijde van het kanaal staat het grotere hoofdgebouw van het Limfjord Museum met scheepsmodellen, aquaria en allerlei wetenswaardigheden over het fjord. Over het kanaal is helaas wat minder informatie in het museum. Er zijn wat oude prenten en kaarten, maar dan heb je het ook wel gehad. Helaas zijn er ook geen memorabilia aanwezig, zodat ik mijn verzameldrang tot de eigen foto’s moet beperken. Hier aan het einde van de haven is het ook druk met dagjesmensen die het museum bezoeken en op en neer lopen langs de haven. Rondom het ‘duin’ van het kanaalwachtershuis heb je een fraai uitzicht over het fjord of kun je even een koele duik nemen. Overal staan ook informatieborden over het kanaal. Dat is leuk om te zien, maar helaas wel overwegend in Deens. Men is hier in ieder geval trots op het kanaal en houdt het goed in ere.

Een uniek overzicht
Na het bezoek aan het museum doe ik wat maar weinig mensen doen. Lopen naar het andere eind van het kanaal bij Lendrup. Wel zijn er wat fietsers, want aan de landzijde ligt over de gehele lengte van het kanaal een fietspad. Van dit pad maak ik echter niet meteen gebruik. Er is hier net ten zuiden van Løgstør een meer aantrekkelijk alternatief. Dit alternatief wordt gevormd door een wandelpad over het klif net ten oosten van het kanaal (3). Het blijkt een goede keuze te zijn. Het pad slingert prachtig over grasrijke heuvels met her en der een boom en constant zicht op het kanaal vanaf een hoogte van zo’n 15 meter. Het levert prachtige vergezichten op met op de voorgrond het kanaal en op de achtergrond het Limfjord. Verder zijn beide witte kanaalwachtershuizen aan beide uiteinden goed te zien.


Uitzicht vanaf het klif op de kanaalhuizen bij Løgstør met op de achtergrond het Limfjord.

Een waterscheiding
Na een kleine kilometer houdt het pad over de heuvels op en daal ik weer af naar het fietspad langs het kanaal. Het kanaal zelf is hier verder niet zo spectaculair. Het is een lange rechte lijn en omdat het doodloopt is er vrijwel geen vaarverkeer aanwezig op een enkele roeiboot of kano na. Er volgt al snel een kleine brug over het kanaal (4). Het is een soort van waterscheiding. Tot hier lopen of fietsen mensen nog wel vanaf Løgstør, maar gaan vervolgens langs de overzijde weer terug. Het pad aan de overzijde (Limfjordzijde) is overigens vooral geschikt voor wandelaars. Het losse zand maakt het voor fietsen vrijwel ongeschikt. Ik loop eenzaam verder onder een ongenadig hete zon. Het is nu aantrekkelijker om aan de Limfjordzijde te lopen. Daar heb je een mooier uitzicht met aan de ene zijde het kanaal en aan de andere zijde het fjord. Ook zijn er wat strandjes en naarmate je meer zuidelijk komt ook natuurgebieden die een mooi landschappelijk beeld opleveren.

Hoera een bocht
Vanaf de landzijde is het vooral de enige bocht in het kanaal die voor wat afleiding zorgt (5). Het is een slome, maar vrijwel haakse bocht. Door de draaiing krijg je zowel een mooi zich over het kanaal richting Lendrup als richting Løgstør. Ook het omliggende landschap is hier aardig met de uitlopers van heuvels aan de landzijde en een klein natuurgebied met grazend vee aan de fjordzijde. Bij de bocht aangekomen zijn bijna 3 kilometer afgelegd. Het stukje naar Lendrup is een stuk korter. In de bocht kun je ook goed beide witte kanaalwachtershuizen zien als bakens langs het kanaal.


Enige bocht in het kanaal.

Een plaatje
Het laatste stukje naar Lendrup is prachtig. Dit komt vooral door de rust en het prachtige kanaalwachtershuis (6). Niet dat dit gebouw anders is dan die bij Løgstør. Ze zijn precies hetzelfde. De ligging echter in een duinachtig gebied en het feit dat deze niet (permanent) in gebruik is, geeft het een verstilde kracht. Net na dit gebouw lijkt het kanaal wel afgedamd door een stenen dam. Hier is nog net ruimte gelaten voor een kleine brug, zodat sloepen verder kunnen varen. Het maakt het ook mogelijk om over te steken naar de andere zijde. In totaal kan op vier plekken het kanaal worden overgestoken.

Een doodse grote haven
Het kanaaleinde bij Lendrup is verder wat van een anticlimax. Dat was natuurlijk wel te verwachten, want met de vooraf ingewonnen informatie was al duidelijk geworden dat het kanaal hier was afgedamd en dus doodliep. Het kanaal eindigt in de zogenaamde Kanaalhaven (7). Het is een haven zonder schepen. Er zou ook enkel een klein sloepje kunnen komen. Omdat de haven hier vrij groot is in de vorm van een meertje, oogt het des te desolater. Aan deze ‘haven’ grenst het vakantiepark van Lendrup Strand, maar ook dit park maakt geen gebruik van de haven. Later zal een museummedewerker vertellen dat men zich inzet voor een opening van het kanaal voor de recreatievaart. Hoewel het kanaal dus praktisch al bijna in het Limfjord ligt, wordt het blijkbaar toch nog als aantrekkelijke alternatieve route gezien. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen in een land dat verder vrijwel geen landinwaarts gelegen kanalen kent. Zo’n doorgaande vaarroute zal in ieder geval bij Lendrup weer wat meer levendigheid brengen.

Weidse verten
Nu geniet ik in ieder geval nog van de alomtegenwoordige rust bij Lendrup. Achter de kanaalwachtershuizen ligt een wat bredere duin- en strandstrook. Het is er goed toeven in alle rust en met een prachtig zicht op de heuvels langs het kanaal en op Løgstør met de andere kanaalwachtershuizen. Ook met het bekijken van de vele boten op het Limfjord kun je heerlijk wegdromen, zeker op een mooie dag als vandaag.


Kanaaluiteinde bij Lendrup.

 

Tot slot

Ik heb een kanaal gezien dat bijna de naam kanaal niet mag dragen, maar dat toch weer zo bijzonder is dat ik het niet graag zou hebben gemist. In elk ander land met wat meer kanalen, zou dit kanaal weinig opvallen. Het ligt vrijwel in het fjord en is ook niet erg lang. Het is meer een verlenging van de vaargeul van de Aggersund die een klein stukje over land loopt. Toch hebben de Denen er werk van gemaakt. De kanaalwachtershuizen zijn daarvan nog de meest zichtbare elementen. Deze gebouwen zijn, tezamen met de ijzeren draaibrug, de meest bijzondere elementen langs het kanaal.

Wat gevoel betreft is het grote contrast tussen de twee kanaalzijden bijzonder te noemen. Bij Løgstør is het een drukke en gezellige boel. Boten varen in en uit de haven en langs de kade wandelen en fietsen mensen. Er zijn winkeltjes en restaurants te vinden en mensen zitten voor hun plezier langs de kade alles gade te slaan. Keerzijde hiervan is wel dat zich hier het enige stuk langs het kanaal bevindt waar gemotoriseerd verkeer is toegestaan. Wel alleen aan de landzijde en tot aan de ijzeren brug bij het Limfjordmuseum. Aan het andere uiteinde bij Lendrup overheerst een overweldigende rust. Er staan wat huisjes langs het kanaal, in de verte is een vakantiepark, maar verder gebeurt er niets. Een enkele keer komt een roeiboot, kano of klein motorbootje aan bij de steiger voor het kanaalwachtershuis om na een korte blik of picknick weer terug te keren. Hier kun je in alle rust genieten van de ruimte en het vaarverkeer op het Limfjord.

De wandeling tussen beide uiteinden kan ik zeer aanraden. Weinig mensen wagen zich hieraan, maar in zo’n twee uur doe je een veelheid van belevingen op en heb je bij terugkeer het gevoel of je een hele dag op pad bent geweest. Start dan wel in Løgstør, zodat je bij terugkomst lekker uit kunt rusten op een terras met de Deense watersportwereld aan je voeten.


De opgeworpen dijk tussen kanaal (rechts) en Limfjord (links).

 

Informatie

Voor verdere informatie over het kanaal zie onder andere de volgende websites:

---

Verkenning:25 juli 2012 - Geplaatst: 20 augustus 2012