• darkblurbg

Ligging

Het Bourtangerkanaal is gelegen in het Westerwold in Oost-Groningen. Het kanaal bevindt zich op twee kilometer van de Duitse grens. De totale lengte van het kanaal bedraagt 1,5 kilometer. Het kanaal start bij het Ruiten-Aakanaal en eindigt in Bourtange, net iets ten noorden van de vesting.

 

Geschiedenis

Oneindige moerassen
Net als bijvoorbeeld bij het Tienhovensch Kanaal, begint de geschiedenis van het Bourtangerkanaal bij oneindige moerassen. En wat voor een moeras. Eén van de grootste hoogveenmoerassen van Europa. Dit deel van Oost-Groningen was zo ontoegankelijk dat de ontginning ervan nog tot in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft plaatsgevonden. Lange tijd deerde het echter niemand dat de streek woest en ontoegankelijk was. Het vormde daarmee een natuurlijke buffer tegen vijanden uit het oosten. Alleen via enkele 'tange', hoger gelegen zandopduikingen, kon het gebied worden gepasseerd. Om deze doorgang over de tange en daarmee de route van Groningen naar Duitsland te verdedigen, is in opdracht van Willem van Oranje in 1580 de vesting Bourtange aangelegd. 

Westerwolde als afvoerputje
Met de militaire betekenis van Bourtange is tegelijk voor lange tijd ook het lot van het gebied bezegeld. Terwijl vanaf 1600 het gebied ten zuidwesten van de stad Groningen geleidelijk werd verveend en in aansluiting daarop ook de Drentse venen, moet het in het Westerwolde gelegen Bourtanger moeras vooral drassig en ontoegankelijk blijven. Met de grootschalige veenontginningen ten westen en zuiden van het Westerwold en niet veel later ook in de Duitse grensstreek ten oosten ervan, bleek al gauw dat het drassig en ontoegankelijk houden van het gebied geen probleem zal opleveren. Met het verdwijnen van de omliggende veengebieden, werd veel minder water vastgehouden in deze gebieden. Veen functioneert namelijk als spons en neemt zeer veel water op. Met het verdwijnen van het veen stroomt al het water weg naar het laagste punt en dat zijn de dwars door het Bourtanger moeras lopende riviertjes Mussel Aa en Ruiten Aa.


De Bourtangersluis in het Ruiten-Aakanaal vlakbij de monding van het Bourtangerkanaal.

Gedeputeerde Staten komen in actie
Met de grondwetswijziging van 1848 kregen de Provinciale Staten de bevoegdheid om waterschappen te stichten. De waterhuishouding zorgt voor steeds meer problemen in het Westerwold. Na toenemende bezorgdheid over de algehele afwaterings- en scheepvaartsituatie in het Groninger land, kwam de provincie in 1856 met een verbeteringsplan. Het plan behelst globaal: de aanleg van het Eemkanaal, de afsluiting van het Reitdiep, het verbinden van diverse waterwegen in de stad Groningen, het beter bevaarbaar maken van het Hoendiep en de verbetering van de vaarwegen van Groningen naar Winschoten en Statenzijl. Deze plannen werden in de daarop volgende decennia uitgevoerd, maar van een verbetering van de waterstaatkundige situatie in het meest oostelijke deel van de provincie, het Westerwold, is op dat moment nog niet voorzien.

De Vereeniging ter bevordering van de kanalisatie van Westerwolde
Deze omissie gaat niet aan de bewoners en besturen van Westerwolde voorbij. Na het nodige lobbywerk vond in 1880 een bijzondere zitting van de provinciale staten plaats met als onderwerp onder meer het instellen van een commissie ter voorbereiding van de kanalisatie van Westerwolde. Deze commissie rapporteerde in 1888, maar bracht weinig handen op elkaar in de regio. Dit doet de Staten verzuchten dat het initiatief dan maar van de Westerwolders zelf moet komen. Dit initiatief komt vervolgens snel tot stand. Onder de vastberaden leiding van Boelo Luitjes Tijdens, die met de kanalisatie van Westerwolde als thema aasde op een zetel in de Tweede Kamer, werd in 1891 de 'Vereeniging ter bevordering van de kanalisatie van Westerwolde' opgericht. De door deze vereniging in dienst genomen A.J.H. Bauer schetst vervolgens in 1893 een plan waarin een tweetal kanalen (Mussel-Aakanaal en Ruiten-Aakanaal) op enige afstand van de gelijknamige riviertjes worden aangelegd. Deze kanalen komen bij Veelerveen samen en stromen vervolgens als Vereenigd Kanaal verder richting Statenzijl. In 1901 werd dit plan in hoofdlijnen aangenomen door provinciale staten. In aansluiting hierop werd een jaar later het Waterschap Westerwolde geïnstalleerd. Dit Waterschap zal zich vanaf dan bemoeien met de aanleg en het beheer van de aan te leggen kanalen


Het Bourtangerkanaal net na de aanleg ervan rond 1920.

Van nieuw land en afwatering
In 1905 is daadwerkelijk begonnen met de kanalisatie en in 1920 zijn alle werkzaamheden voltooid. Met de aanleg van de kanalen worden ook de aanliggende gronden ontgonnen. Hebrecht, Rhederveld, Weende-Jipsinghuizen (1916), de Pallert (1915), de Sellinger Venen (1929), de Stobben (1928) en het Bellingwolder Veen (1930) werden zo volgtijdelijk tot cultuur gebracht. Scheepvaart over de kanalen zorgt ervoor dat landbouwproducten konden worden aan- en afgevoerd. De hoofdfunctie van de kanalen is echter de afwatering. Op twee locaties werd deze functie nog extra kracht bijgezet in de vorm van twee zijtakken: de kanaaltak bij Onstwedde en het Bourtangerkanaal. Bij Onstwedde gaat het om het aansluiten van het Pagediep. Het Bourtangerkanaal heeft als functie water uit de grensstreek ten zuiden van Bourtange op te vangen. Het Moddermansdiep (Sellinger Sloot) sluit op het kanaal aan, evenals het (nu grotendeels gedempte) Stobbenkanaal bij het Rhederveld. Het Bourtangerkanaal zal naast de afwatering ook een bescheiden rol hebben gespeeld in de aan- en afvoer van (landbouw)producten.

Een oud tracé
Het Bourtangerkanaal is grotendeels aangelegd op het tracé van een bestaande watergang: de Scheidsloot. Deze watergang scheidde de ontginningen van Stakenborg en Wollingboermarke. In de verkavelingsrichting ter weerszijden van het kanaal is deze scheiding nog altijd te zien. Aangekomen bij de agrarische enclaves in het veenmoers: de Kampen en de Tuinen net ten noorden van de Vesting Bourtange, maakt het kanaal een lichte knik om vervolgens na een scherpe knik uit te monden in een kleine haven. Tot enige bedrijfsvestiging langs deze haven of het kanaal is het nooit gekomen.


Het Bourtangerkanaal; binnen 70 jaar gegraven, gedempt en weer ontgraven.

Over nut en noodzaak
Het leven van een kanaal gaat niet altijd over rozen. Na de opening rond 1917 is het nog best druk op het Bourtangerkanaal . Omliggende landerijen werden ontgonnen en landbouwproducten werden over het kanaal afgevoerd. Nieuwe kanalen, zoals het Stobbenkanaal, worden op het kanaal aangesloten en zorgen voor een groter kanalennetwerk. Het Moddermansdiep verzorgt, via het Bourtangerkanaal, de afwatering van de landerijen in de grensstreek ten zuiden van Bourtange. Met de komst van de vrachtauto vanaf de jaren dertig van de 20e eeuw, begon er geleidelijk wat te veranderen. Meer en meer nam het flexibele transport over de weg de vervoersfunctie van de kanalen over in de Groninger veengebieden. Vooral vanaf de jaren vijftig is er eigenlijk geen houden meer aan en verdween veel van de binnenscheepvaart over de (veen)kanalen. Daarnaast is de waterstaatkundige kennis en techniek zodanig verder ontwikkeld dat de afwatering middels het Bourtangerkanaal niet meer noodzakelijk is. Het Moddermansdiep zal vanaf dan afwateren in het Ruiten-Aakanaal bij de Wollinghuizersluis. Het zo overbodig geworden Bourtangerkanaal werd vervolgens in het midden van de zeventiger jaren gedempt, met uitzondering van het havengedeelte bij Bourtange.

Nieuwe kansen
Dit zou het einde van het verhaal over het Bourtangerkanaal betekenen, ware het niet dat het kanaal in één van de meest desolate gebieden van Nederland is gelegen. Oost-Groningen behoordt niet meteen tot de meest populaire gebieden van Nederland en zeker niet de grensstreek daarvan. Al decennia lang vertrekken er mensen uit dit gebied. Dorpen en stadjes lopen leeg en de leefbaarheid neemt af. In Bourtange verdween de douane en de gemeentepolitie. Deze ontwikkelingen leiden in 1964 tot de oprichting van een werkgroep met een plan. Het plan is het herstel van de Vesting Bourtange. De Vesting was namelijk in 1851 opgeheven en in 1870 vrijwel geheel ontmanteld. Het plan werd omarmd door de gemeente Vlagtwedde en de provincie en van 1967 tot 1992 vond de reconstructie plaats. Een zeer grootschalig en complex project dat ongetwijfeld meer heeft gekost dan ooit begroot, maar wel heeft geleid tot een nationale topattractie.

Leve de recreatie
Met de ogen gericht op dit prestigieuze project, is het Bourtangerkanaal geruime tijd niet in beeld. Het kanaal werd zelfs gedempt tijdens de reconstructie. In de jaren tachtig doen ook andere geluiden van zich horen. Met een steeds fraaier wordende Vesting Bourtange dient ook de recreatie te worden gestimuleerd, zowel wat betreft dagrecreatie als verblijfsrecreatie. Ten noorden van de nog aanwezige kanaalhaven werd een camping aangelegd. De kans om boottoeristen via het Groninger vaarwegennet tot bij de Vesting te krijgen is aanlokkelijk. In 1985 vraagt het Waterschap dan ook een vergunning aan om het Bourtangerkanaal te hergraven. Het hergraven vond direct daarna plaats en al in 1987 is het kanaal alweer in gebruik. Er is dan ook een begeleidend schelpenpad aangelegd, evenals twee hoge wandelbruggen. Het kanaal is dan niet langer dan 10 jaar gedempt geweest en daarmee uniek in Nederland.


Een nieuw leven voor het Bourtangerkanaal dankzij de recreatie.

 

Langs het Bourtangerkanaal

Exotisch houtsnijwerk
De ontmoeting met het Bourtangerkanaal begint vanaf de monding in het Ruiten-Aakanaal net ten zuiden van de Bourtangersluis (1). De entree tot het Bourtangerkanaal is hier op een bijzondere wijze vormgegeven. Vermoedelijk als onderdeel van een kunstproject staan rondom de kanaalmonding een groot aantal 'totems' van hout die met hun gezichten mij nog het meest doen denken aan de beelden op paaseiland. Het verhaal bij de beelden ontbreekt, maar wellicht is het onderdeel geweest van een kunstmanifestatie in relatie tot de Vesting.  

Een brug
Aan het beging van het kanaal ligt meteen een hoge houten voetgangersbrug (ook voor de fiets). Deze bruggen zijn duidelijk aangelegd om het gebied recreatief aantrekkelijker te maken. Over het gedempte kanaal lag geen enkele brug. Je kunt ervoor kiezen om over het schelpenpad aan de zuidzijde van het kanaal te gaan of over de onverharde landweg aan de noordzijde. Het uitzicht over het kanaal is van beide zijden vrij gelijk.


Onverharde landweg aan de noordzijde van het Bourtangerkanaal.

Lieflijk monotoon
Dat uitzicht is fraai, maar wel enigszins monotoon, omdat het vrijwel het gehele kanaal niet verandert. Langs het kanaal zelf hoog gras en riet met wat struiken, dan een pad en dan hoog opgaande bomen. Het oogt lommerrijk, zeker in een gebied dat bekend staat om zijn leegte en weidsheid (hetgeen nog best meevalt). Het Bourtangerkanaal is ten opzichte van de aangrenzende akkers een mooi groen lint. Er wordt echter meer aan landschapsversterking gedaan. Ten noorden van het kanaal is in de jaren negentig een redelijk groot bosgebied aangelegd. Dit gebied reikt oostwaarts tot de voormalige grens van de agrarische enclave van de Kampen (2). Hier maakt het kanaal een kleine knik, maar verder verandert er niet al teveel of het moet zijn dat de hoge wallen die het kanaal omgeven meer opvallen. Deze wallen kunnen niet anders zijn ontstaan dan als resultante van de uitgegraven aarde uit het kanaal.


Hoge wallen aan de zuidzijde van het kanaal vlakbij Bourtange.

Naar de haven
Met een lengte van een kleine 1,5 kilometer ben je zo, na nog het passeren van een tweede brug, snel bij het eindpunt van het kanaal beland. Dit eindpunt volgt na een scherpe knik in het kanaal waarna een kleine havenkom volgt (3). In de havenkom liggen aan de noordzijde aanlegsteigers voor een tiental boten. Deze boten kunnen gebruik maken van de voorzieningen van de naastgelegen camping 't Plathuis. Op de kop van het kanaal is een kleine groenstrook met bank. Je kunt hier even rustig zitten en naar het weinig drukke vaarverkeer kijken.

De Vesting Bourtange
Wie had gedacht vanaf het kanaal al zicht te hebben op de Vesting Bourtange komt bedrogen uit. Het kanaal eindig in de verspreide bebouwing ten noorden van de Vesting. 200 meter ten zuiden van de havenkom ligt de ingang van de indrukwekkende Vesting Bourtange. Het kanaal zelf is via een wetering verbonden met de vestinggrachten. deze aantakking vindt plaats net voor de havenkom en loopt onder de brug van de Wollingboerweg door. Een vaarroute, anders dan voor kano's of roeiboten, is dit echter niet.


Havenkom van Bourtangerkanaal.

 

Wat valt op?

  • wat opvalt is dat er eigenlijk weinig opvalt. De houten beelden bij de monding in het Ruiten-Aakanaal verrassen, maar vervolgens is het een lommerrijk, maar ook wel wat saai kanaal, dat de Vesting Bourtange ook voor het vaarverkeer bereikbaar maakt. De aangelegen camping zal daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld;
  • het leuke schelpenpad aan de zuidzijde houdt bij de meest oostelijk gelegen brug op. Vanaf daar kun je aan de zuidzijde niet meer pal langs het kanaal fietsen. Je kan er nog wel achter de naastgelegen wal fietsen, maar ziet dan nog maar weinig van het kanaal. Wel wat vreemd dat dit schelpenpad niet kon doorlopen tot de brug in de Wollingboermarkeweg;
  • de geschiedenis van het kanaal hangt nauw samen met de kanalisatie van Westerwolde. Het is echter via de door mij gebruikte bronnen niet gemakkelijk gebleken om specifieke informatie over het Bourtangerkanaal zelf te verkrijgen. Het kanaal lijkt er letterlijk en figuurlijk maar een beetje bij te hangen. De demping ervan en de snelle beslissing tot hergraven zijn niet gemakkelijk terug te vinden. De topografische kaarten zijn daarbij een grote hulp geweest. Het is op zich wel zeer bijzonder dat een gedempt kanaal na circa 10 jaar alweer wordt hergraven. De lokale archieven kunnen vast meer vertellen over deze bijzondere, en naar mij lijkt kostbare, besluitvorming;
  • Oost-Groningen wordt, zoals ik het ervaar, toch wat onderschat. Het is een aantrekkelijk gebied met een bijzondere geschiedenis. De vele kanalen boeien mij in ieder geval, maar er is veel meer. De landschappen langs de Mussel-Aa en Ruiten-Aa zijn prachtig. Dat geldt eveneens voor de eeuwenoude dorpen. Bourtange valt daarbij wat uit de toon in de zin dat het drukker is en meer gericht op het toerisme. Dat doet echter niets af aan de indrukwekkendheid van de Vesting.


Verbindende wetering naar de Vesting Bourtange.

 

Literatuur

  • Monumenten Inventarisatie Project, M. Panman en J. Possel, Architectuur en Stedenbouw in Groningen 1850-1940, Waanders Uitgevers/Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zwolle/Zeist, 1992;
  • Meindert Schroor, Wotter; Waterstaat en waterschappen in de provincie Groningen, 1850-1995, REGIO-Project, Groningen, 1995.

Verdere informatie op de volgende websites:  

---

Verkenning: 1 augustus 2008 - Geplaatst: 16 maart 2009 - Update: 2 februari 2013