• darkblurbg

 

Ligging

De Knollendammervaart loopt van Oost-Knollendam naar Spijkerboor door het Noordhollandsche polderlandschap. De vaart is 3,7 kilometer lang en is onderdeel van de ringvaart rondom het Starnmeer

Geschiedenis

Een tijd van droogmakerijen
Het Holland tussen IJ en Westfriesland was in 1600 een waterrijk gebied waar een uitgestrekt netwerk van veenmeren en –riviertjes de vele dorpen en steden in verbinding bracht met de Zuiderzee en Amsterdam. Daarnaast waren het prima visplekken. Vele mensen waren dan ook voor hun bestaan afhankelijk van het water. De Gouden Eeuw brak aan en met de groei van Amsterdam nam ook de behoefte aan voedsel toe. Er waren landbouwgronden nodig en die werden gevonden in de vruchtbare bodems van deze Hollandse meren. In 1612 werd de Beemster drooggelegd en in 1634 De Schermer. Ten zuiden hiervan lag het Sternmeer of Starnmeer. De naam ervan duidt op de stervormige vorm van dit meer. Na het succes van de eerdere droogmakerijen was de interesse groot om ook dit meer droog te malen.

Het Starnmeer
Het Starnmeer ligt tussen Krommenie, Graftdijk en De Rijp. Zoals vele meren is het Starnmeer in de loop van de tijd geleidelijk gegroeid. Hevige stormen zorgden voor landsafslag en de afgebrokkelde veengronden werden over de bodem van het meer verspreid. De dikte van deze bodemlaag nam van noordwest naar zuidoost toe als gevolg van de overheersende windrichting. Rond 1300 was het meer dan ook al aan twee zijden bedijkt waarmee aan de noordzijde het Schermereiland en aan de oostzijde het Wormer- en Jisperveld werd beschermd. In deze laatste bedijking heeft ook nog een sluis (Ravelsluis) gelegen op de banscheiding van Wormer en Jisp. Aan de zuid- en westzijde werd het meer afgesloten door de hogere gronden van het eiland van de Uitgeester Wouden, waarvan het meest oostelijke deel later Marckeveld of Markerpolder zou worden genoemd. Het Starnmeer was in het noordoosten met een smalle diepe watergang (het Spijkerboor) verbonden met het Beemstermeer. In het zuiden ging het meer over in de Zaan. Het was daarmee een belangrijke schakel in de verbinding van steden als Alkmaar, Purmerend, Edam en Monnickendam met de Zaanstreek. Deze streek wordt wel gezien als het oudste industriegebied van Europa. In die tijd stonden er wel 600 molens langs de Zaan. Via de Zaan kon men vervolgens verder reizen naar ’t IJ en Amsterdam.

Een droogmakerij onder voorwaarden
In 1632 werd aan het dorp De Rijp octrooi verleend door de Staten van Holland en West-Friesland om het meer droog te malen en in ontginning te nemen. Dat de verwachte inkomsten ten goede zouden komen aan de armenzorg en aan het onderhoud van de kerk schijnt daarbij een rol te hebben gespeeld. Er werden echter zodanige voorwaarden gesteld, dat van inkomsten al snel geen enkele sprake zou zijn. De voorwaarden waren: de andere gegadigden voor een octrooi dienden schadeloos gesteld te worden; er was toestemming nodig van de volgende belanghebbende partijen: de stad Alkmaar, het Hoogheemraadschap, de dorpen Wormer, Jisp, Uitgeest en Akersloot en de steden Edam, Purmerend en Monnickendam.


Oost-Knollendam aan de Knollendammervaart met aan het einder de Zaan.

Een opeenstapeling van eisen
De stad Alkmaar bleek de droogmaking aan te grijpen om eisen te stellen aan de aan te leggen compenserende vaarverbindingen. Verder kon Alkmaar deze droogmaking prima gebruiken om enkele voorwaarden van haar eigen droogmakerij De Schermer op af te wentelen. Het kwam erop neer dat Alkmaar ringsloten eiste rondom de droogmakerij ten behoeve van de scheepvaart. Deze moesten ook nog eens breder zijn dan vooraf overeengekomen. Zo kon men ook afwatering van De Schermer erop kwijt. Het Hoogheemraadschap zag inmiddels met lede ogen aan dat met alle droogmakingen het oppervlakte aan boezemwater steeds verder afnam. Zij stelde daarom ook eisen ten aanzien van de diepte en breedte van de ringsloten. De aanliggende dorpen boden verzet tegen elke ringsloot en –dijk die op hun grondgebied terecht kwam. De inmiddels beroemde Jan Adriaansz Leeghwater ging aan de slag met deze voorwaarden. Hij maakte een plan met een brede vaart aan de westzijde ten behoeve van het scheepvaartverkeer tussen Alkmaar en Amsterdam (huidige Markervaart) en besloot het noordoostelijke gedeelte, het Kamerhop, buiten de inpoldering van de Starnmeer te houden zodat hier een zo kort mogelijke ringvaart kon komen. Hiermee werd het Kamerhop, tot 1734, een op zichzelf functionerende polder met eigen molen.

De Rijp trekt zich terug
De uitkomst was teleurstellend voor De Rijp. De kosten waren zeer hoog geworden door alle concessies. Zo maakte de westelijke ringsloot dat de Markerpolder binnen de bedijking kwam te liggen, maar daarvan wel door middel van kaden moest worden gescheiden. Ook was er een schutsluis nodig om deze polder te verbinden met de westelijke ringsloot. De in 1638 overeengekomen noordelijke ringsloot en de beheerkosten hiervan waren uiteindelijk het laatste zetje voor De Rijp om van verdere ontwikkeling af te zien. De onderneming werd vanaf toen door vertegenwoordigers van Hoorn, Enkhuizen, Purmerend en Jonkheer Pau uit Amsterdam voortgezet. Van de armenzorg en het onderhoud van de kerk kwam niets meer terecht.


De kavelkaart van het Starnmeer uit 1652 met aan de oostzijde de Knollendammervaart.

Een waardeloze polder
In 1642 was uiteindelijk alles besproken en overeengekomen en kon worden gestart met de droogmaking. Op 27 augustus 1643 viel het Starnmeer droog en kon het land worden verkaveld. De polder was 650 morgen groot en de kavels werden uitgegeven per 10 morgen (prijs ƒ 525,-). Hierbij kreeg men dan ook 1 morgen in het Kamerhop. De grond bleek echter van slechte kwaliteit. Akkerbouw was niet mogelijk. De vrij natte gronden leenden zich enkel voor extensieve veeteelt. Anders dan in de Beemster, ging er weinig aantrekkingskracht uit van deze polder voor rijke Amsterdammers om er een buiten te stichten. Ook de runderpest in de 18e eeuw deed het gebied geen goed. Het maakt dat nog tot in de 19e eeuw verzoeken binnenkomen van eigenaren en pachters om vrijgesteld te worden van gravelijkheidstienden en vermindering van de verponding.

De oostelijke ringsloot
In 1636 startte men met de aanleg van de ringdijk en de oostelijke ringsloot. Deze sloot wordt later omgedoopt tot Knollendammervaart. In 1637 was deze vaart grotendeels gereed, waarna men aan de westzijde begon met de westelijke ringsloot. Door de discussie over de in eerste instantie niet voorziene noordelijke ringsloot zou uiteindelijk pas in 1643 de ring worden gesloten. De noordelijke ringsloot zou rond 1820 onderdeel gaan uitmaken van het nieuwe Noordhollands Kanaal. Bij Oost-Knollendam had al vanaf 1645 het College van dijkgraven en heemraden van de Starnmeer en Kamerhop het recht om een veer te onderhouden. Pas in 1955 ging dit veerrecht over naar de gemeente Wormer. Bij de kruising met het Noordhollands Kanaal bij Spijkerboor staat nog het herenhuis, dat tegelijk veerhuis en zetel van het College was. In de 19e eeuw was er een scheepsdienst over de Knollendammervaart naar De Rijp als neventak op de hoofdverbinding Alkmaar-Amsterdam. De vaart stond altijd wat drukte en importantie betrof in de schaduw van de Markervaart en het Noordhollands Kanaal, die beide ook nu nog als belangrijke vaarverbindingen gelden. In het kader van de werkverschaffing is in de periode 1938-1940 de Oostdijk verbeterd en is het grint- en klinkerpaadje verbreed en verhard. Sindsdien is er weinig meer veranderd op en langs deze vaart.


Voormalig veerhuis en herenhuis van College van dijkgraven en heemraden.

 

Langs de Knollendammervaart

Wandelen langs de Zaan
Een wandeling van Wormer naar De Rijp is een prima manier om de Knollendammervaart te beleven. Aan beide zijden van de vaart is een weg gelegen, waar in alle rust kan worden gefietst of gewandeld. Aan de noordzijde bij Spijkerboor kan middels een brug de vaart worden overgestoken. Aan de zuidzijde bij Oost-Knollendam kan dat met een zelf te bedienen voet-fietsveer. We beginnen deze keer bij de Zaan. Langs vrijwel de gehele route langs de Zaan ligt prachtig monumentaal industrieel erfgoed, soms nog in gebruik ook. In Wormer valt vooral de LASSIE-silo en rijstpellerij Hollandia op. Hier midden in het stedelijk gebied zijn deze terreinen al grotendeels getransformeerd tot verblijfsgebieden. Wij zoeken echter de rust op en wandelen naar het noorden het buitengebied in langs de hoge zendmast. Hier staan nog her en der wat fabriekscomplexen, maar het verval overheerst. Het is natuurlijk ook een enorme opgave om nieuwe functies te vinden voor al deze gebouwen.

Een verborgen afslag van de Zaan
Bij Oost-Knollendam beleef je er iets van de sfeer van hoe het eens was. Een klein dijkdorp met enkele karakteristieke groene houten huisjes aan de rand van een oneindige waterige veenpolder. De Zaan eindig hier tussen beide Knollendammen (Oost en West) waar eens het Starnmeer lag. Nu is er een scherpe, maar ruime bocht richting het westen naar de Markervaart. Dit is overduidelijk de hoofdvaarroute en nog volop in gebruik. Veel minder goed zichtbaar is de smalle watergang die aarzelend naar het noordoosten afbuigt: de Knollendammervaart.

De historie levend houden
In Knollendam houdt men de geschiedenis graag levend. Het is een authentiek dorp en een toevallige ontmoeting met een plaatselijke historicus geeft verder kleur aan wat er zoal te zien is. Zo is in 2000 de Oost-Knollendammersluis of Boerensluis gerestaureerd. Het is één van de zes sluizen die zijn gebouwd toen in 1630 de banne (rechtsgebied) van het Jisper- en Wormerveld werd omdijkt. Via deze sluizen konden de boeren hun producten verder transporteren richting de steden. Het nu nog te bewonderen exemplaar dateert van 1789. Wat ook in ere wordt gehouden is de veerpont over de Knollendammervaart (1) die net iets ten noorden van de aantakking op de Zaan is gelegen. Deze pont bestaat al eeuwen. Nu is er sprake van zelfbediening en kun je te voet of te fiets snel en gemakkelijk aan de overkant komen. Wel oppassen voor aankomend scheepvaartverkeer. Midden op het water is de Knollendammervaart mooi te overzien. Richting het zuiden is er de bebouwing van Oost-Knollendam dat zich graag langs het water vlijt en naar het noorden toe de uitlopers van de laatste bebouwing met daarachter de groene weiden van de aangelegen polders.


Voet-fietsveerpont over Knollendammervaart.

Invloeden van de Koude Oorlog
Aan de rand van de bebouwing is meteen een bijzonder kunstwerk te vinden. Het lijkt wel een sluis, maar een sluiskom ontbreekt (2). Ter plaatse blijft het een raadsel. Het lijkt erop dat de vaart hier met twee enkele deuren kan worden afgesloten. Thuis wordt het waterbouwkundige complexje enkel op de nieuwste topografische kaarten aangegeven, terwijl het toch duidelijk ouder is. Het blijkt dat we hier te maken hebben met een zogenaamde damsluis. Deze damsluis is aangelegd onder de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (BWO). Het gold als noodkering ten tijde van de Koude Oorlog. De wet BWO dateert uit 1951 en is in 1991 opgeheven, maar nog altijd worden de keringen onderhouden. Daarmee hebben we één van de laatste militaire objecten te pakken die lange tijd bewust niet door de Topografische Dienst op kaart zijn gezet.

De lage polders
Zo begin mei is het nog erg rustig op de Knollendammervaart. Het is een wat grijze dag en vrij kil voor de tijd van het jaar. Het wandelt prettig langs de licht slingerende vaart. Aan beide zijden van de hoog boven het land gelegen vaart strekken de groene weiden van de polders zich uit tot de horizon. Wie verder kijkt dan het groene gras ziet echter al snel de landschappelijke verschillen. Aan de westzijde ligt de droogmakerij van de Starnmeer tot bijna 4 meter lager. Om de 400 meter kom je een boerderij tegen in een vrij rationele verkaveling. Aan de oostzijde ligt de oude veenpolder van het Wormer- en Jisperveld. Deze polder ligt tot 2 meter lager en is veel waterrijker. Bijna een derde van het grondgebied wordt ingenomen door de brede watergangen en poelen. De weidegronden liggen hier dan ook als eilanden in het water en worden droog gehouden door tientallen kleine watermolens. Het vee werd en wordt hier met bootjes naar de landerijen gebracht. Dat was weinig rendabel meer en het is nu dan ook vooral een natuurgebied.


De damsluis is de Knollendammervaart.

Een wat eentonig beeld
De landschappelijke verschillen tussen beide polders zijn interessant, maar dit beeld verandert verder niet langs de vaart en wordt daarmee, hoe fraai soms ook, wat eentonig. Ondanks dat de Wormer- en Jisperpolder veel ouder is, kent de bebouwing aan beide zijden van de vaart vrijwel dezelfde architectuur. De oorsprong hiervan zal wel terug te brengen zijn tot de aanleg van de ringsloot en de bedijking van de Starnmeer. Het gaat om de voor Noord-Holland karakteristieke stolpboerderij; een vierkante boerderij met piramidevormig dak die vanaf 1550 worden gebouwd. Deze boerderij met hoge kap was vooral ontworpen om hooi en graan binnen de boerderij op te slaan. Deze zijn echter vrijwel zeker in de Starnmeer niet voor dit doel gebruikt.

De Stelling van Amsterdam
Halverwege de vaart lag aan de westzijde een inundatiedijk die dwars door de Starnmeer naar het voormalige fort Markenbinnen leidt (3). Deze dijk is nu vrijwel afgegraven, maar in de ringdijk is nog het metselwerk te zien van de inlaatsluis die ervoor moest zorgen dat het noordelijke deel van de Starnmeerpolder onder water kon worden gezet. Daarmee was deze polder onderdeel van de 19e en 20e eeuwse verdedigingsgordel rondom Amsterdam: de Stelling van Amsterdam. Iets verderop bij Spijkerboor is daarvan nog een indrukwekkend fort te zien.

Verborgen naakt
Wat volgt is een verrassing; een groot bos in de polder (4). Het onder de dijk gelegen bos maakt een zeer besloten indruk en hoewel er een toegangsweg naar toe leidt, maakt een groot stalen hek je duidelijk dat je hier verder niets te zoeken hebt. Op de kaart is het gebied aangeduid als camping, maar pas thuis wordt duidelijk dat het om een naturistencamping gaat. Dat verklaart het sterk besloten karakter. De camping ‘Starnmeer’ is in beheer bij ‘Zon en Leven’, de grootste naturistenvereniging van Nederland. Deze vereniging heeft het terrein eind jaren zestig van de vorige eeuw aangekocht ten behoeve van een eigen kampeervoorziening voor naturisten.


Blik op de Starnmeer.

Afgelegen, maar toch centraal
Na de oude boerderij ‘Over Jisp’ gaat de Knollendammervaart in één recht lijn door naar Spijkerboor. In deze hoek van de Starnmeer vond grotendeels de uitwatering van de polder plaats. De bovenmolen aan de vaart bij Spijkerboor was vanaf 1795 de principale seinmolen (hoofdseinmolen) voor het hele gebied van het hoogheemraadschap van Monnickendam tot Petten en van Assendelft tot Uitgeest. Dit betekent dat deze molen aangaf wanneer de bemaling tijdelijk diende te stoppen. Dit was noodzakelijk als het peil in het boezemwater teveel steeg. Overdag werd dit aangegeven door een donkerblauwe vlag en in de nacht met een lantaarn met drie kaarsen. Met de sloop van de molengang in 1875 werd dit systeem vervangen door seinpalen. Ook nu weer werd de seinpaal bij Spijkerboor het hoofdsein. Dit systeem werd in de jaren ‘60 van de vorige eeuw buiten werking gesteld, maar de seinpaal bleef als monument behouden en is nu goed te zien aan de westzijde van de dijk net voor Spijkerboor (5).

Een levendige waterkruising
Bij Spijkerboor raken de ringvaarten van het Starnmeer en de Beemster elkaar. De noordelijke ringvaart van het Starnmeer en de zuidelijke ringvaart van de Beemster vormen tezamen hier nu al bijna twee eeuwen lang een onderdeel van het Noordhollands Kanaal. Bij de aanleg van dit kanaal zijn deze ringvaarten verbreed. De Knollendammervaart eindigt in dit kanaal net voorbij de brug die de oostelijke en westelijke oever met elkaar verbindt. Het is een fraaie en typisch Hollandse plek. Een mooie pleisterplaats ook, want in het prachtige 18e eeuwse herenhuis is het nu prettig thee en koffie drinken (6). In 1787 werd dit herenhuis gebouwd op de plek van het oude veer- en polderhuis. Nog altijd vertrekt van hieruit een veer naar de overkant waar de polder Kamerhop zich bevindt. Het wapenschild op het herenhuis toont een zesster wat zowel symbool kan staan voor het voormalige stervormige Stanmeer als wel wordt beschouwd als een onheil afwerend symbool. Dat heeft lange tijd niet zo mogen zijn voor deze ongelukkige droogmakerij, maar nu hier staand bij Spijkerboor lijkt al het onheil ver weg en kan het niet veel mooier worden in het oude Holland.


Boerderijen aan de Knollendammervaart.

 

Wat valt op?

  • De Knollendammervaart is een kleine maar geliefde vaart die de recreatievaart een rustig en aantrekkelijk alternatief biedt voor de route over het drukkere Noordhollands Kanaal en de Markervaart;
  • De vaart is hoog gelegen in het landschap. De landschappelijke variatie in het mozaïek van droogmakerijen en oude veenpolders dat hier bestaat is goed zichtbaar;
  • Er liggen eigenlijk geen dorpen of steden langs deze vaart. Oost-Knollendam is vooral langs de Zaan gelegen en Spijkerboor is hooguit als een klein buurtschap te bestempelen. Enkel boerderijen en een aantal nieuwere woonhuizen spiegelen zich hier in het water;
  • De aanleg van de Knollendammervaart heeft niet gezorgd voor een ontwikkeling van bedrijvigheid langs de kaden. Haar functie was en is grotendeels gelegen in de waterhuishouding. Daarnaast heeft het een bescheiden rol in de verbinding tussen gebieden en plekken die elders liggen. De enige kaasfabriek in de Starnmeer, De Ceres, was niet aan een vaart gelegen, maar midden in de droogmakerij;
  • Het zijn dan ook vooral de kleine objecten en structuren aan de oevers van deze vaart die de geschiedenis ervan kleuren, zoals de inundatiewerken, de damsluis en de seinpaal.


Zicht op het Jisper- en Wormerveld.

  

Literatuur

  • Besse, E., Het Starnboek 1643-1993, Oudheidkundige vereniging Graft-De Rijp in samenwerking met De Spijkerboorder gemeenschap, 1993;
  • Besse, E., Het Starnmeer van Middeleeuwen tot bedijking, artikel in Tijdschrift ‘Een nieuwe Chrunyke, jaargang 17, nummer 3, Oudheidkundige vereniging Graft-De Rijp, september 2000;
  • Danner, H.S., De Starnmeer en Kamerhop; een beknopte geschiedenis van een 17e eeuwse droogmakerij, Oudheidkundige vereniging Graft-De Rijp, september;
  • Walsmit, E., De Starnmeer: een kleine polder met een groot verhaal, artikel in Het Peperhuis, Nieuwsbrief van het Zuiderzeemuseum, 99-4.

Websites:

---

Verkenning: 1 mei 2014 Geplaatst: 7 januari 2017