• darkblurbg


Ligging

De Eemnesservaart is gelegen in het Eemland en loopt van Eemnes naar de Eem. De kleine vaart en de in het verlengde ervan gelegen Buitenvaart, heeft een lengte van 3 kilometer. De vaart loopt door één van de meest open en gaafste poldergebieden van Nederland.

 

Geschiedenis

Moerassen, meren en zeeën
De Eemnesservaart kan niet los worden gezien van de ontginning van het gebied en het ontstaan van Eemnes. Dit gebied lag in de vroege middeleeuwen aan de rand van de bewoonde wereld op de grens van Holland en Utrecht. Het is een nauwelijks doordringbaar veenmoeras dat in het noorden werd begrensd door het Almere, de toen aanwezige binnenzee. Alleen op de hogere gronden langs de Eem is dan sprake van bewoning. De 12e eeuw bracht vervolgens vele stormvloeden. Het landschap van binnenzeeën en veengebieden tussen Holland, Friesland en Gelderland werd door dit watergeweld doorbroken. De Zuiderzee ontstaat en daarmee verbetert de waterhuishouding in de aangrenzende gebieden. Waar vroeger water stagneerde in de veenmoerassen en meertjes kan het nu beter wegstromen in zee. Tegelijk wordt het klimaat warmer en beginnen de eens zo drassige veenmoerassen in het Eemland beter begaanbaar te worden.

Van bisschoppen en graven
Met het verbeteren van de grond ziet de bisschop van Utrecht kansen en al snel geeft hij zelfstandige boeren het recht de woeste grond te ontginnen. Hij doet dat niet voor niets. Door het heffen van belasting en tienden wordt het bisdom er niet slechter van. De ontginning van dit deel van het Eemland vond plaats vanuit het dorp Ter Eem (het latere Eembrugge). Hier heeft de bisschop het 'Huis Ter Eem' als versterking laten bouwen. Vanuit Ter Eem ging de ontginning westwaarts waarbij de ene boer sneller werkt dan de ander. Er ontstaan zeer langgerekte oost-west gerichte kavels met sloten als kavelgrenzen. De ontginning wordt aan de zuidzijde begrensd door een natuurlijk water dat later wordt vergraven tot de Drakenburgergracht en aan de noordzijde door een oost-west lopende dijk, de zijdwinde (later Zuidwend). Ten zuiden van deze dijk ligt een strook gemeenschappelijke grond (meentgrond) met een blokvormige verkaveling.

Naar het westen toe nadert de ontginning uiteindelijk de zandgronden van het Gooiland. Hier raken de ontginners aan de op dat moment niet erg precies vastgelegde grens tussen Holland en Utrecht. De graaf van Holland neemt rond 1320 een resoluut besluit en met een pennenstreek wordt de achtergrens van het Gooiland vastgelegd. Deze zogenaamde rede loopt dwars door de 'Utrechtse' ontginning. Het gebied ten westen ervan wordt vanaf toen 'Oost-Holland' genoemd. De conflicten die dit oproept tussen Holland en Utrecht worden uiteindelijk in 1352 beslecht, waarmee het gebied weer onder het bisdom Utrecht valt. De Goyergracht zal voortaan de grens tussen Holland en Utrecht vormen.


De Eemnesservaart in 1905.

Van ontginning tot stad
Intussen heeft de aanleg van de rede wel het nodige teweeg gebracht. De langs de rede aangelegde weg vormt een aantrekkelijke vestigingsplaats diep in het ontginningsgebied. Het maakt dat de boeren niet meer persé vanuit het ver weg gelegen Ter Eem hoeven te opereren. Er komen steeds meer boerderijen langs deze weg met kade, de latere Wakkerendijk, en daarmee is de basis van het dorp Eemnes gelegd. Zo rond deze tijd van vestiging (circa 1320) is ook het kweldergebied ten noorden van de Zuidwend zodanig opgeslibt dat ontginning mogelijk wordt. Ook hier is de rede aangelegd en daarmee was het mogelijk zich ook hier te vestigen. Op deze wijze ontstond een zeer lang bebouwingslint. Het gedeelte ten zuiden van de Zuidwend wordt wel Eemnes Binnendijks genoemd en het deel ten noorden ervan Eemnes Buitendijks.

Deze laatste nederzetting krijgt in 1352 stadsrechten van bisschop Jan van Arkel. Dit wordt ondersteund met de bouw van de Sint Nicolaaskerk op de gronden van de Zuidwend. Eemnes-Binnendijks valt dan nog onder Ter Eem/Eembrugge, maar kwam daar in 1439 los van met de verkrijging van zelfstandige stadsrechten. Hier wordt vervolgens, opvallend genoeg aan de oostzijde van de Wakkerendijk, de Sint Pieterskerk gebouwd. Het is inmiddels wel duidelijk geworden dat ondanks het verkrijgen van stadsrechten beide nederzettingen geen enkele ontwikkeling tot stad hebben doorgemaakt. Waar Bunschoten nog een, verder niet ingevulde, stadsplattegrond laat zien, daar zijn beide delen van Eemnes altijd agrarisch gebleven. Wel waren de stadsrechten van belang voor de zelfstandige positie van beide dorpen en de vorming van de latere gemeente Eemnes.


De ontwikkeling van de polder Eemnes op kaart.

Op de kaart hierboven is de beschreven ontwikkeling van de Polder Eemnes schematisch in beeld gebracht. De ontginning van oost naar west en van zuid naar noord is duidelijk zichtbaar. Als laatste worden de maatlanden langs de Eem ontgonnen. Een gebied dat ten tijde van de Zuiderzee nog vooral aan deze zee en de Eem werd gelaten. De grijze oost-west lopende lijnen geven schematisch de richting van de kavelsloten weer (de rationele verkaveling). Centraal in het gebied liggen de gemeenschappelijke gronden van de Zuidwend. Dit gebied scheidt het buitendijkse en binnendijkse Eemnes van elkaar en mist de rationele oost-west gerichte verkaveling. Het zal een vruchtbare plek blijken voor een kerk, maar ook voor een haven en een vaart.

De behoefte aan een vaart
Met de verhuizing van Eembrugge naar de Wakkerendijk (Rede) verliezen de nieuwe Eemnessenaren hun relatie met de Eem. In 1589 verzocht Eemnes-Buitendijks aan de Staten van Utrecht om één van de weteringen op te waarderen tot vaart om zo scheepvaartverkeer mogelijk te maken naar de Eem. Amersfoort werkt dit tegen en claimt het alleenrecht op de vaart over de Eem te hebben. De al eerder aangelegde Praamgracht toont echter het tegendeel aan en de toestemming wordt verleend. De wetering langs de Zuidwend wordt tot vaart omgebouwd en bij de Eem wordt een kleine houten schutsluis gebouwd. Het buitendijkse gedeelte van de vaart wordt ook wel Buitenvaart genoemd. De vaart blijkt succesvol en in de periode 1649-1652 werd de vaart verbreed en de houten schutsluis vervangen door een stenen exemplaar. De hoge kosten die dit met zich meebrengt zorgden ervoor dat er een scheiding ontstaat tussen bestuurlijke (dorpse) en waterhuishoudkundige aangelegenheden. Financieel goed gezien, want door de jaren heen zouden watersnoden voor de nodige reparaties aan de sluis zorgen met in 1743 een vrij ingrijpende vernieuwing.

Het marktveld
Aan de zijde van het dorp eindigde de vaart in een gevorkte havenkom aan de buitenzijde van de Wakkerendijk. Tussen de twee havenarmen in lag een marktveld waar markten en activiteiten werden gehouden en waar het laden en lossen plaatsvond. Ook vertrokken vanaf hier eeuwenlang beurtveren op Amersfoort en op Amsterdam. Deze beurtveren trokken ook passagiers vanuit de aangelegen Gooise dorpen. Waar het beurtveer op Amersfoort halverwege de 19e eeuw werd gestaakt, gaat het beurtveer naar Amsterdam nog door tot in de jaren veertig van de 20e eeuw.


Maquette van de voormalige gevorkte havenkom (Historische Kring Eemnes).

Niet alleen scheepsvaart
Na de ombouw tot vaart bleef de waterhuishoudkundige betekenis bestaan. De afwatering op de Eem blijft belangrijk. Door een geleidelijke bodemdaling van de polder en hogere waterstanden, is meer kracht nodig om het water vanuit de vaart op de Eem te lozen. Voor dit doel wordt in 1791 naast de sluis een watermolen geplaatst. In 1883 wordt deze molen vervangen door een stoomgemaal en in 1921 wordt dit gemaal als één van de eerste in Nederland voorzien van elektrische apparatuur. Weer later nemen meer moderne en kleinere gemalen deze taak over. Het stoomgemaal is echter blijven staan.

Einde van een tijdperk
De Eemnesservaart werd vooral gebruikt voor de vervoer van lokale agrarische producten, de aanvoer van de brandstoffen turf en steenkool, bouwmaterialen en voor het beurtveer. Een mogelijke positie als onderdeel van een vaarverbinding tussen Utrecht en de Zuiderzee komt in de 19e eeuw niet tot stand (zie Tienhovens Kanaal). Met de komst van de vrachtwagen in de 20e eeuw neemt het belang van de beroepsvaart snel af. De vrachtwagen gaat vele malen sneller en is ook goedkoper. Trein en auto zorgen daarnaast voor een sneller personenvervoer. Deze ontwikkelingen leiden er uiteindelijk toe dat de sluis en daarmee de vaart in 1953 buiten werking wordt gesteld. In 1958 werd een betonnen keerwand in de sluis aangebracht, terwijl een jaar later de westelijke havenarm bij het dorp wordt gedempt. Het is stil geworden op de vaart.

Cultureel erfgoed
In de jaren tachtig dreigde de ruilverkaveling een einde te maken aan het gemaal en de sluis. Het is grotendeels aan de jarenlange inzet en lobby van stichting 'Het Sluisje' te danken dat uiteindelijk de cultuurhistorische waarde van het sluiscomplex met gemaal wordt ingezien. In het kader van de Landinrichting wordt de sluis gerestaureerd door het waterschap met onder meer financiële bijdragen van de provincie en de gemeente. In 1994 is deze restauratie voltooid. De sluis is dan weer in 19e eeuwse luister terug gebracht. Ook de nog aanwezige havenkom blijft liggen als herinnering aan andere tijden. Aan de Eemzijde van de sluis is in de Buitenvaart een jachthaven aangelegd. Van hieruit vaart men vooral de Eem en verder de randmeren en het IJsselmeer op. Het doodlopende stukje richting Eemnes, hoewel bevaarbaar, trekt niet veel vaarrecreanten meer. Het schijnt dat alleen sinterklaas er nog gebruik van maakt. Een mooie traditie.


De sluis in de Eemnesservaart.

 

Langs de Eemnesservaart

Als een oase in de woestijn
De Eemnesserpolder is historisch gezien een prachtige polder, maar voor de meeste mensen zal deze polder vooral leeg, saai en winderig overkomen. Blijf je op de ruilverkavelingswegen dan heb je weinig redenen om aan dat beeld te twijfelen, maar blijf je dichter bij de Eem dan wacht een wondere wereld. Langs deze rivier kun je prachtig wandelen over de oude Zomerdijk. Halverwege zul je dan als een oase een klein buurtschapje aantreffen in een lommerrijke omgeving. Hier liggen, hoog op de Zomerdijk, de Eemnessersluis, het gemaal Eemnes, de voormalige machinistenwoning (op de plek van de vroegere poldermolen) en de voormalige sluiswachtersmolen gebroederlijk naast elkaar (1). De sluis en het gemaal zijn recent gerestaureerd, maar het geheel oogt alsof het altijd zo heeft mogen zijn. Prachtige hoge oude bomen staan er als parasol (of paraplu) omheen. Op deze plek kun je letterlijk uren gewoon zitten en genieten. Daar zijn dan ook speciaal bankjes voor neergezet met genoeg informatieborden over de Eemnesserpolder (met jawel een optreden van de Eemnesservaart) en het gemaal.

Voor en achter de sluis
De Eemnessersluis markeert het punt waar de Eemnesservaart wordt gekruist. Aan de buitenzijde van de sluis wordt wel gesproken van de Buitenvaart. De Buitenvaart is een brede kolk bij de sluis waarin een kleine jachthaven ligt en loopt dan een kleine 500 meter oostwaarts om in de Eem uit te komen. Ten noorden van deze vaart loopt een voet-fietspad. Het is er landelijk; weilanden en rietkragen. De enige bebouwing die zichtbaar is, is de bebouwing aan de overzijde van de Eem waar verspreid wat boerderijen en woningen voorkomen langs de Eemdijk. Na de uitmonding in de Eem loopt het voet-fietspad noordwaarts verder richting het leuke pontje naar Eemdijk (niet op zondag). Aan de andere kant van de sluis kijk je diep het lage weidse polderland in met de stoere toren van de Nicolaas kerk in Eemnes als baken. Als een lange zilveren slang volgt de Eemnesservaart deze lange zichtlijn.


Een blik in de polder vanaf de Eemnessersluis.

Stilte alom
De Eemnesservaart is prima van begin tot eind te volgen. Aan de noordzijde loopt een doorgaand voet-fietspad. Zonder last van gemotoriseerd verkeer, dringt de weldadige rust van de polder goed tot je door. Het helpt natuurlijk wel als de wind dan niet uit het zuiden of zuidwesten komt waar de A1 ligt. Dan kan het ineens een stuk lawaaiiger worden. Waarmee ik overigens ook weer niet wil zeggen dat er een geluidsscherm langs deze weg zou moeten komen. Iedereen moet dit fraaie landschap kunnen beleven. Goed zonder verder afdwalen duik je vanaf de sluis westwaarts de polder in waarbij de abrupte overgang van lommerrijke oase tot open polder enigszins wordt gedempt door een fraai knotwilgenlaantje. Deze loopt tot een klein, maar markant punt waar naar ik vermoed een kwelsloot van de Zomerdijk via een sluisje afwatert op de Eemnesservaart.

Van recht en krom
In de vooral rechtlijnige en rationele polder zijn dit kwelslootje en de Zomerdijk opvallende landschappelijke afwijkingen. Het slootje kronkelt als een beekje en de dijk doet hetzelfde alleen dan over een veel grotere afstand. Door de vele dijkdoorbraken door de eeuwen heen is de dijk steeds weer om het doorbraakgat (kolk of wiel) heen gelegd en daarmee gaan slingeren. Opvallend is dat daarbij het wiel vrijwel altijd binnengedijkt is. Dit betekent dat het wiel binnen de bescherming van de dijk komt te liggen. Langs de grote rivieren zie je meer een afwisseling van het binnen- en buitendijken van wielen. Binnendijken heeft de voorkeur (de dijk komt dan niet op een zandige, doorlaatbare ondergrond te liggen). Verder ligt de dijk zover van de Eem af dat deze wijze van dijkverlegging weinig invloed zal hebben gehad op de waterberging van deze rivier. Het overstromingsgevaar kwam ook vooral van de Zuiderzee.


De slingerende kwelsloot aan weerszijden van de Eemnesservaart.

Even doorzetten
Verder westwaarts volgen we een lang, licht slingerende, pad dat over 2 kilometer langs de vaart ligt. Overal grasland aan je ene hand en het brede water van de vaart aan de andere. Omdat deze vaart weinig wordt bevaren tiert de natuur er weelderig. Ook weer niet zoveel dat de vaart dichtslibt, maar er komen wel de nodige waterplanten en -lelies voor. Aan de noordzijde leek net gemaaid, maar aan de zuidzijde tooit een mooie rietkraag de oever van de vaart. Onderweg kruisen nog twee structuren de vaart. Halverwege is dat de Zuid- en Noord-Ervenweg. Deze twee wegen worden over de vaart met elkaar verbonden door een handmatig te bedienen voet- en fietsveer (2). Door een slinger rond te draaien trek je de pont via een ketting naar de overkant. De verlichting van deze overgang werkt op zonnecellen. De andere ruimtelijke structuur volgt iets later en bestaat uit de Zuid-Midden wetering en de Noord-Midden Wetering. Deze stromen echter zonder verdere kunstwerken in de Eemnesservaart. Daarmee is duidelijk dat de Eemnesservaart vooral een afwateringsfunctie heeft voor de polder. Al het water uit dit deel van de polder wordt via het gemaal Eemnes en zo via de Buitenvaart op de Eem geloosd.

Van marktveld tot visstek
Nu komt het dorp Eemnes snel dichterbij. Het beeld wordt nu langzaam maar zeker beheerst door de hoge met bomen omzoomde Wakkerendijk en door de robuuste kerktoren. Langs de Eemnesservaart ligt op enkele plekken een verweerd steigertje. Deze steigertjes worden gretig gebruik door jeugdige vissers. Net onder de Wakkerendijk maakt de Eemnesservaart een scherpe draai naar het noorden om vervolgens te eindigen tegen een mooi roestende damwand (3).Hoog boven de vaart ligt aan de westzijde een leuk openbaar pleintje met bankjes. Van daar kun je prachtig de Eemnesserpolder in kijken en de vaart volgen tot aan de Eemnessersluis. Via een trappetje kom je op een grote steiger die aan de vaart ligt. Het is een simpele maar modern ingerichte openbare ruimte en daarmee een waardige afsluiting van de vaart. Vroeger een bruisend onderdeel van het dorp, maar nu een rustige mooie plek om even uit te rusten, te praten of te vissen.


Blik op Eemnes.

 

Wat valt op?

  • de Eemnesservaart (en Buitenvaart) kun je zeer goed volgen vanaf het land. Over de gehele lengte ligt een voet-fietspad, zodat je ook geen last hebt van gemotoriseerd verkeer; het is een bijzonder rustige vaart.
  • Er is geen beroeps- of recreatievaart. Eenden, zwanen, futen en veel waterplanten vullen de vaart. Het lijkt dan ook meer op een brede wetering dan op een vaart. Het is duidelijk dat natuur en waterhuishouding nu de belangrijkste functies van de vaart zijn;
  • het landschappelijke contrast tussen de vaart door de Eemnesserpolder en de vaart bij de Wakkerendijk en de Eemnessersluis is groot. De grote leegte en uitgestrektheid versus de lommerrijke beslotenheid omringd door historische bebouwing. Het is weer eens een duidelijk voorbeeld van de maakbaarheid van het Hollandse landschap. De hoogteverschillen in een polder worden er door benadrukt en de vaart wordt er boeiender van. Ik raad ook iedereen aan om de Eemnessersluis eens te bezoeken. Werkelijk één van de mooiste plekken in de regio;
  • hoewel de vaart maar klein is, wordt er toch de nodige informatie over gegeven onderweg. Zo is bij de Eemnessersluis veel informatie te vinden over de polder, de sluis, de vaart en het gemaal. In Eemnes is er wel veel informatie over fiets- en wandelroutes, maar niets over de voormalige haven. Het maakt het niet onaardig ingerichte terrein wat onpersoonlijk. De levendigheid van vroeger is er nu wat moeilijk voorstelbaar. Aan de overzijde van de Wakkerendijk aan de Raadhuislaan ligt de Oudheidkamer van Eemnes. Hier kunt u het havenverleden wel weer tot leven zien komen en nog veel meer.

 

Literatuur

  • Ad van der Zee, Dimitra Hierck en Henk van Hees, Eemnes, geschiedenis en architectuur, Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht, Zeist 1999;
  • Provincie Utrecht, Roland Blijdenstijn, Tastbare tijd; Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Plan Plan Uitgeverij, Amsterdam, 2005.

Verdere informatie op de volgende websites:

  • De Historische Kring Eemnes heeft veel informatie over de geschiedenis van dorp en polder op haar site en beschikt ook over een mooie Oudheidkamer.

---

Verkenning: 21 juni 2009 - Geplaatst: 8 maart 2010