• darkblurbg

 

Ligging

De Praamgracht loopt over de Utrechtse Heuvelrug van Maartensdijk naar Baarn via Soest en Soestdijk. Bij Maartensdijk stroomt de Praamgracht in de Maartensdijksche Vaart, bij Baarn in de Eem. De totale lengte van de gracht is 11 kilometer. Binnen het landgoed Pijnenburg wordt ook wel gesproken van de Pijnenburgergrift.

 

Geschiedenis

Venen op de heuvelrug
De Praamgracht is een oude turfvaart. Via deze vaart werd het veen in de Vuursche en Soestervenen ontgonnen en afgevoerd. Deze venen zijn ontstaan in een relatief laag deel van de Utrechtse Heuvelrug; de zogenaamde ‘Laagte van Pijnenburg’. In dit dal verzamelde al het water uit de omgeving zich. Het water kon echter niet weg en dat leidde tot veenvorming. In de 10e eeuw stond de Utrechtse bisschop het veengebied bij Lage Vuursche af aan het kapittel van Sint Jan.

Van Oude Gracht naar Praamgracht
Dit kapittel vroeg in 1239 toestemming aan de bisschop om voor het turftransport een vaart te graven tussen De Vuursche en de Eem. Dit zou het Oude Grachtje worden. De turfwinning verliep voorspoedig en in 1398 werd toestemming gevraagd om de vaart te moderniseren. De bovenloop werd verbreed en uitgediept en de benedenloop kreeg een gewijzigd, meer noordelijk tracé. De naam van de vaart werd veranderd in Praamgracht, later ook wel Pijnenburgergrift. De eerste naam verwijst naar de pramen (boten) waarmee het turf werd vervoerd. De tweede naam verwijst naar het landgoed Pijnenburg waarbinnen de vaart voor een groot deel ligt. Een deel van het Oude Grachtje bestaat overigens nog en loopt van Soestdijk via de zuiveringsinstallatie naar de Eem. 

 
De Praamgracht bij Soestdijk in 1905. Ten zuiden ervan is de Oude Gracht nog te zien.

De vaart gaat verder
De Praamgracht liep toen tot het huidige Prins-Hendrikoord, waarbij het deel binnen dit landgoed ook wel Engelse Gracht werd genoemd. In de 15e eeuw werd de Praamgracht verlengd naar Maartensdijk, zodat via de Maartensdijksche Vaart (of Groote Vaart) een directe route ontstond naar Utrecht. 

Utrechtse belangen
Utrecht zou zich later sterk maken voor het verkrijgen van een snelle en directe verbinding met de Zuiderzee. Voor dit doel werd rond 1630 al de Reevaart bij Nederhorst den Berg aangelegd. Daarmee werd een wijde Vechtbocht afgesneden. Rond 1640 kwamen er plannen voor een rechtstreeks kanaal van Utrecht naar de Eem en verder naar Spakenburg. De Praamgracht speelde daarin een belangrijke rol. Het geplande kanaal liep geheel over Utrechts grondgebied en dus zonder Amterdams tol. Geldgebrek en Amsterdamse tegenwerking hielpen echter niet mee. Rond 1700 leek er weer een meer serieus plan getekend: de zogenaamde Eemvaart. Deze vaart zou 15 voet diep (3,5 tot 4,5 meter) en twee- tot driehonderd voet breed (60 tot 90 meter) worden. Ook binnen deze Eemvaart werd de Praamgracht opgenomen. Ook dit plan werd echter niet gerealiseerd. Het idee van een kanaal van Utrecht naar de Zuiderzee blijft als idee verder sluimeren tot in de jaren twintig van de 19e eeuw. Dan vervalt het plan definitief als Koning Willem I kiest voor het verbeteren van de verbinding tussen Amsterdam en de Rijn via de Keulsevaart. De Praamgracht zal blijven zoals die eeuwenlang was.

  
Plan uit 1640 voor een rechtstreeks kanaal van de stad Utrecht naar de Zuiderzee bij Spakenburg.

Het verval
Het gebruik van de Praamgracht neemt wel steeds meer af, ondanks de verveningen tot in het begin van de 20e eeuw in de Soestervenen. Vermoedelijk was al eerder de rol van het turftransport via de Praamgracht uitgespeeld. Al in de 19e eeuw werden stuwtjes aangelegd in de Praamgracht bij Maartensdijk. Later volgde steeds meer bruggen waaronder geen boot meer kon varen. Wat rest is een verleden en een functie voor de lokale en regionale waterhuishouding.

 

Langs de Praamgracht

Door de wijdse polder
De tocht langs de Praamgracht begint in Baarn. Het dorp Baarn is in de vorige eeuw flink gegroeid en de meest zuidelijke woonwijken grenzen aan de Praamgracht. Daar moet je de gracht wel zoeken, zo verstopt kan de gracht zijn achter de woningen. De moeite wordt echter beloond, want voor een groot deel loopt er een wandelpad op de dijk langs de gracht. Vanaf deze dijk bestaan mooie uitzichten over de polders richting Soest en Amersfoort. Iets ten oosten van de woonwijk kun je de Praamgracht fraai volgen vanaf een fietspad op zijn laatste meters richting de Eem. De overgang in de Eem is echter weinig spectaculair. Een kleine drempel onder water en wat zijschotten zorgen ervoor dat de scheepvaart op de Eem zich er niet in kan vergissen dat de Praamgracht geen vaarweg meer is. Het uitzicht over de Eem is beslist wel de moeite waard.

Omrijden langs monumenten
Aan de westzijde van de woonwijk kruist een vrij nieuwe fiets- en wandelbrug de gracht. Het is de start van een aantrekkelijke fietsroute richting de maatlanden (polders) van Soest en Hoogland (via de fietsbrug over de Eem). De Praamgracht zelf duikt even verderop onder de spoorlijn door en kan dan niet meer worden gevolgd. Met wat omrijden kan de Praamgracht weer worden opgepakt niet ver van de, vanuit de trein zo goed zichtbare, gedenknaald ter herinnering aan de slag bij Waterloo (1). Kijkend richting de spoorlijn is één van de twee stuwen te zien in de Praamgracht. Deze stuwen zorgen ervoor dat de Praamgracht trapsgewijs van de hoge Utrechtse Heuvelrug afdaalt naar het lage waterpeil van de Eem. De Praamgracht kan nu verder gevolgd worden via een weg met dezelfde naam. Hoewel het een eenrichtingsweg is, wordt deze weg druk gebruikt door sluipverkeer komend vanaf de drukke provinciale weg tussen Baarn en Soest. De Praamgracht zelf is hier niet echt bijzonder, meer een brede sloot. De gracht bevindt zich in het overgangsgebied tussen de polders langs de Eem en de landgoederen op de Utrechtse Heuvelrug.

 
De Praamgracht loopt langs de koninklijke pracht en praal van Paleis Soestdijk

Waar is de gracht?
Landgoederen scheppen in landschappelijke zin zekere verwachtingen en dat lijkt op de kaart al goed te beginnen met het Paleis Soestdijk (2) waar de Praamgracht langs loopt. Dat valt echter vies tegen. Na de kruising met de Amsterdamse Straatweg loopt de provinciale weg naar Bilthoven langs de Praamgracht. Langs deze weg zijn ter hoogte van Paleis Soestdijk geen aanliggende fiets- en voetpaden gelegen. Wie echter de stoute schoenen aantrekt en een kort stukje langs de gracht loopt, ontdekt echter nog de kademuren van de voormalige schutsluis. Van zoiets wordt je dan wel weer vrolijk ondanks het ontbreken van sluisdeuren. Pas na twee kilometer, bij de kruising met de Koningsweg naar Soest, is de Praamgracht weer te volgen. De gracht duikt hier onder de provinciale weg door om een meer zuidelijk tracé te volgen. Vroeger liep de doorgaande weg ook langs dit meer zuidelijke tracé, maar deze is in de vorige eeuw recht getrokken.

Landschappelijke pracht
De Praamgracht stroomt vanaf de Koningsweg het grote landgoed Pijnenburg binnen en wisselt de naam Praamgracht in voor die van Pijnenburgergrift. Bij de brug onder de Koningsweg is een grenspaal te zien, deze komt op meer plaatsen voor langs de Biltse Weg. Dit zijn zogenaamde 'Mussertpalen', vernoemd naar Anton Mussert, die voor zijn bekendheid als NSB-voorman, als ingenieur bij de Provinciale waterstaat van Utrecht werkte. Met deze palen werd de grens tussen het provinciaal en particulier eigendom aangegeven. De gracht is nu smaller dan bij Baarn en ligt nu lager dan het omringende land. Zo langs bossen, landhuizen, boerderijen en landerijen is het beeld zeer lommerrijk. Jammer is het wel dat de gracht ook hier niet goed gevolgd kan worden. Een stukje via een wandelpad in het bos, maar verder is de gracht alleen vanaf de bruggen die de gracht kruisen te overzien. Een mooi plekje ligt bij het Spiekhuis en de daarachter gelegen biologische boerderij. Een aantrekkelijke rustplaats. Bij het landhuis Pijnenburg (3) duikt de Pijnenburgergrift weer onder de provinciale weg door om aan de noordzijde ervan door te lopen. Net als bij Soestdijk zijn de vijvers van het landgoed verbonden met de gracht. 

 
De Praamgracht loopt zeer lommerrijk door de bossen.

De oude splitsing
Tot hier is, tussen de diverse bruggen en duikers, de Praamgracht of Pijnenburgergrift nog wel te bevaren met een kleine roeiboot. Vanaf dit punt is daarvan nog nauwelijks sprake. Voor het landhuis Pijnenburg kent de gracht veel waterplanten en verlandde delen. Na de kruising met de weg naar Maartensdijk wordt de gracht ook al snel smaller (5) en maken de vele landbouwbruggen en –dammen een vaartochtje vrijwel onmogelijk. Aan de linkerzijde ligt het statige Prins-Hendrikoord (4). Van de verbinding met de Engelse Gracht is weinig te merken of het zou de statige oprijlaan moeten zijn, waarlangs deze Engelse Gracht liep.

Van gracht naar greppel
Enkele honderden meters verder houdt het kanaalgevoel echt op. De al niet brede Praamgracht wordt dan nog eens gehalveerd en kan met een sprong gemakkelijk worden overbrugd. Inmiddels is via de Embranchementsweg en Maartendijkseweg wel langs de gracht te rijden. Deze loopt nu door een bosgebied en oogt als een bosgreppel. Hier op het hoogste punt lijkt de Praamgracht soms bijna dicht te groeien. Pas na de kruising met de Vuursche Steeg naar de Lage Vuursche oogt de Praamgracht weer wat meer onderhouden en begeleidt de gracht sereen de bosrand en de weg. Een aanwijzing dat dit ooit een vaarroute was ontbreekt.

Een lommerrijke verrassing
Net voor Maartensdijk verandert het beeld weer. Het bosgebied wordt verlaten en gaat over in een klein landgoederenlandschap. Statige landhuizen en boerderijen liggen langs de gracht. Een verrassend mooi gebied met een licht slingerende Praamgracht. Met name het landgoed Rustenhoven valt op en imponeert. Voor Eyckenstein ligt een mooie uitspanning. De bruggen over het water lijken hier in enkele gevallen wel dammen, met alleen een duiker als waterverbinding. Wat dat betreft zal het lang geleden zijn geweest dat de Praamgracht hier is bevaren. Na de landgoederen neemt de bebouwing geleidelijk toe en komt de gracht Maartensdijk binnen.

 
De Praamgracht maakt soms wel heel letterlijk deel uit van de natuur.

Gestuwde charme
In Maartensdijk wacht meteen een verrassing (6). Eerst is een restant van een houten stuw zichtbaar, maar deze wordt al gauw gevolgd door een recent (gerestaureerd) exemplaar, uitgevoerd in baksteen, hout en staal. Het gaat om zogenaamde valschutten met metalen juk. Deze stuwtjes kunnen het water op peil houden in het aangelegen hoger gelegen deel van de gracht. Verderop staan nog twee van deze fraai gerestaureerde stuwtjes. Het toont aan dat de Praamgracht hier snel hoogte verliest. Het (te snel) wegstromen van water wordt voorkomen door deze stuwtjes met houten schotdeuren. Ze zijn ongeschikt om scheepvaart door te laten. Zoals gezegd wordt er al heel lang niet meer gevaren over de Praamgracht, zeker niet in het deel door Maartensdijk dat vroeger ook wel Maartensdijksche Dwarsgracht werd genoemd. De bebouwing aan de overzijde van de gracht is met bruggen verbonden met de weg en onder het merendeel van deze bruggen past niet eens een roeiboot.

De anticlimax
Deze laatste constatering wordt, bijna aan het einde van de reis, nog gelogenstraft, want daar onder een lage brug ligt warempel een kleine roeiboot. Eindelijk een teken van bevaarbaarheid van de Praamgracht. Helaas zal zo’n vaartocht kort zijn, want na onderdoorgangen bij de rijksweg A27 en de spoorlijn verdwijnt de Praamgracht naar het lijkt voorgoed in een klein metalen roostertje en is de verdere loop tot aan het monumentale voormalige gemeentehuis gedempt. Aan de overzijde van de provinciale weg tussen Hilversum en Utrecht is nog wel eenzelfde rooster te vinden dat uitkomt in de perceelssloot langs deze weg. Dit zou de Maartendijksche Vaart moeten zijn. Het lijkt vooral een sloot en levert een wat teleurstellend einde op aan deze tocht. Weer teruglopend het dorp in valt echter de brede sloot langs de A27 op. Daarnaast ligt (ook duidelijk op kaart zichtbaar) een laag gelegen brede strook grond dat wel wat weg heeft van het profiel van een kanaal of vaart. Zou dat de Maartendijksche Vaart zijn geweest? Of heeft het te maken met de aanleg van de A27? Iets om nog eens uit te zoeken.


De Praamgracht in Maartensdijk

 

Wat valt op?

  • In stedenbouwkundig en landschappelijk opzicht wordt niet veel gedaan met de aanwezigheid van de Praamgracht. In Baarn heeft het niet geleid tot een bijzonder woonmilieu aan het water. De Biltse Weg is er vrij bot langs gelegd zonder een idee dat misschien iemand er langs zou willen lopen of fietsen. Ook bij Soest en door het landgoed Pijnenburg loopt de Praamgracht onopvallend door het gebied. In Maartensdijk is de gracht meer aanwezig en ligt de bebouwing langs deze gracht. In uiterlijk en gebruik verschilt de gracht hier echter niet van de weteringen die even verderop in de veenpolders liggen. Als ik het niet had gelezen, dan zou ik nauwelijks geloven dat de Praamgracht naar de Maartendijksche Wetering was doorgetrokken. Het valt in ieder geval niet op in het uiterlijk van de gracht. Uiteindelijk zijn het alleen de vijvers van Paleis Soestdijk en de andere landgoedvijvers die functioneel een binding hebben met de Praamgracht;
  • De Praamgracht is nergens langs twee zijden te beleven. Altijd ligt er maar aan één zijde een pad of weg. Sterker nog, langs grote delen van het traject ligt helemaal geen pad of weg. Langs Soestdijk en binnen het landgoed Pijnenburg is het tracé vrijwel niet te volgen. Dat heeft ook wel weer zo zijn charme, maar jammer is het wel. Dit zijn landschappelijk de mooiste delen van het traject Om op dit laatste door te gaan, de Praamgracht is ondanks de nodige belemmeringen wel een heel mooi kanaal. Zo is de route bijzonder gevarieerd. Gaand van Baarn naar Maartensdijk is er eerst het open polderland- en rivierenlandschap waar een wijdse Praamgracht stroomt. Vervolgens wordt de nodige infrastructuur gekruist en duikt de gracht de landgoederenzone in. Een cultuurhistorisch rijk gebied dat een zeer lommerrijk beeld oplevert. Sereen en statig stroomt de gracht hier, omzoomt door eeuwenoude bomen. Vanaf het landhuis Pijnenburg trekt de Praamgracht het bosgebied in en wordt zodanig smal dat ze niet meer de aandacht trekt. Het lijkt wel een bosgreppel. Pas bij de landgoederen voor Maartensdijk krijgt de gracht weer wat meer allure. In Maartensdijk zelf lijkt de gracht veel op een wetering, zoals in dorpen in de veenpolders. Een fraaie verrassing zijn de drie (en één verweerde) valschutten. Daar hadden ze wat mij betreft toch een informatiebordje bij mogen zetten, zeker nadat deze stuwtjes in 2007 zijn gerestaureerd;
  • Bijzonder is ook het traject zelf. De Praamgracht loopt over de Utrechtse Heuvelrug. Dat is toch een relatief hoog gelegen gebied in ons land. Genoemd werd al de Laagte van Pijnenburg onder het kopje 'Geschiedenis'. Dit dal bood mogelijkheden voor de aanleg van een waterweg. Toch moet de gracht wel hoogteverschillen overwinnen tussen Maartensdijk en Baarn. De Eem kent een waterpeil rond 0m+NAP, de sloten rond Maartendijk liggen op een peil rond 0,5m+NAP. Het hoogste punt ligt bij het landgoed Pijnenburg heeft een hoogte van rond de 3m+NAP. Genoemd werden al de twee stuwen bij Soestdijk en voor de spoorlijn naar Amersfoort aan de Baarnse kant. Bij Maartensdijk zorgen de drie valschutten voor het overbruggen van de hoogte;
  • Het komt vaker voor, maar ook langs de Praamgracht zijn er, op de gracht en de naam zelf na, geen aanwijzingen of elementen te vinden die verwijzen naar het vroegere turftransport. Zelfs de bevaarbaarheid is verdwenen, althans als doorgaande route. Bepaalde delen zijn te bevaren, maar dan alleen met een kleine roeiboot. Iets wat eigenlijk niet lijkt voor te komen, behalve bij Baarn richting de Eem. Zou het ontbreken van historische elementen of andersoortige aanwijzingen te maken hebben met de respectabele leeftijd van de Praamgracht of met de al lang verdwenen hoofdfunctie in een dynamisch gebied waar de nodige ruimtelijke druk aanwezig is?
  • Op de topografische kaarten uit 1900 zijn nog twee sluizen te zien; één bij paleis Soestdijk en één iets meer stroomafwaarts net voor het spoor. Niet duidelijk is of dit schutsluizen waren. Op deze twee plekken liggen nu stuwen. Op oudere kaarten staan deze ‘sluizen’ niet, maar wel weer een sluis bij de monding met de Eem. Deze is nu verdwenen. Het waterpeil sluit vanaf de stuw voor de spoorlijn al aan bij dat van de Eem.

 

Literatuur

  • Provincie Utrecht, Roland Blijdenstijn, Tastbare tijd; Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Plan Plan Uitgeverij, Amsterdam, 2005;
  • F. Gaasbeek, J. van ’t Hof en M. Koenders (eindredactie R. Blijdenstijn), Baarn, geschiedenis en architectuur, Monumenten-inventarisatie Project Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, 1994;
  • C. Kolman, B. Olde Meierink, R. Stenvert en M. Tholens, Monumenten in Nederland, Utrecht, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist en Waanders uitgevers, Zwolle, 1996.

---
Verkenning: 4 april 2008 - Geplaatst: 20 april 2008 - Update: 30 juni 2017