• darkblurbg

Ligging

De Woudenbergse Grift loopt direct ten oosten van de Utrechtse Heuvelrug, grofweg tussen Leusden-Zuid en Overberg bij Veenendaal. De Woudenbergse Grift heeft een lengte van ruim 10 kilometer. Het zuidelijke deel wordt ook wel Schoonebeker Grift genoemd, terwijl het noordelijke deel als Leusdense Grift te boek staat.

Geschiedenis

Het Westerwoud
In de middeleeuwen was het merendeel van de Gelderse Vallei een uitgestrekt moeilijk toegankelijk woest gebied. Ten zuiden van de stuwwal bij Amersfoort lag het buurtschap Lisiduna (Oud-Leusden). Ten oosten hiervan begon de ontginning van dit woeste gebied. Hamersveld en Leusbroek waren de eerste ontginningskernen (het huidige Leusden). Ten zuiden van deze ontginning lag het Westerwoud. In de ontginning van dit woud ligt de oorsprong van het dorp Woudenberg.

Monnikenwerk
De ontginning van het Westerwoud verliep niet gemakkelijk. In 1131 schonk de bisschop van Utrecht het goed Henschoten aan de Sint Laurensabdij te Oostbroek (nabij De Bilt). Twee jaar later werd ook het ten oosten hiervan gelegen moeras (Het Westerwoud) geschonken aan de abdij. De monniken van deze abdij begonnen voortvarend met het graven van een wal en wetering tussen de Lunterse Beek en de Hinderdijk bij Maarsbergen. Deze wetering werd de Munnikewetering of Grift genoemd en zou met de stichting van Woudenberg midden in het woud (rond 1240) later Woudenbergse Grift worden genoemd.

Een moeizame start
De monniken kwamen in eerste instantie niet ver. Het lijkt erop dat ze richting het zuiden niet verder kwamen dan de huidige provinciale weg. Hier is in de verkaveling ook een duidelijke verspringing te zien. Het gebied zelf werd na het graven van de wetering met kade niet ontgonnen. Dat vond pas plaats toen Filips van Rijningen in 1240 het gebied in erfpacht kreeg. Hij herstelde de wetering en bracht het gebied in cultuur. Het ontgonnen gebied kreeg de naam Woudenberg. De Woudenbergse Grift werd toen tot aan de Hinderdijk doorgetrokken. Dit is het punt waar nu de provinciale weg van Woudenberg naar Maarsbergen de vaart doorsnijdt.


Dwars door de woeste gronden aangelegd.

Een problematisch watersysteem
De Gelderse Vallei werd gekenmerkt door een groot aantal beken die, gevoed door de aanwezige veengebieden in de vallei en de stuwwallen aan de randen, leiden tot Nederlands enige rivier op eigen grond: de Eem. De wateroverlast van deze beken kon echter groot zijn, zeker naarmate de woeste (veen)gronden werden ontgonnen. Het water bleef op het land staan en omdat het verhang in de vallei gering was en is, stroomde het niet gemakkelijk weg. Daarnaast zorgden dijkdoorbraken van de Lekdijk tussen Wageningen en Rhenen of de Zuiderzeedijk bij Bunschoten ook geregeld voor wateroverlast. Lange tijd was er geen beheer voor de Eem en haar beken en we zullen nog zien dat beide provincies Utrecht en Gelderland het lange tijd ook niet goed met elkaar konden vinden over het oplossen van deze wateroverlast.

Een belangrijke vervening
Met de groei van de steden na de middeleeuwen nam ook de behoefte aan brandstof toe. De brandstofmotor waarop de Gouden Eeuw draaide was turf. Dit werd gevonden in het veen. Eén van de grotere veengebieden in de Gelderse Vallei waren de Ginkelse Venen tussen Woudenberg en Veenendaal. Op 31 maart 1550 verleende keizer Karel V een octrooi voor de vervening van dit gebied aan de Antwerpse industrieel Gilbert van Schoonbeke. Deze concessie besloeg alle venen ten noorden van de waterscheiding tussen de Ginkelse en Rhenense venen.

Een vaarverbinding door de vallei
Nog datzelfde jaar startte Van Schoonbeke met de aanleg van een vaart die niet alleen de turf zou moeten afvoeren, maar ook voor de afwatering diende te zorgen: de Schoonebeker Grift. Deze vaart werd al vanaf 1551 aangesloten op de Woudenbergse Grift in het noorden en later op de Bisschop Davidsgrift (1473-1485 en verbeterd in 1545) in het zuiden. Er ontstond daarmee rond 1560 een doorgaande vaarverbinding tussen de Eem bij Amersfoort en de Rijn bij de Grebbeberg. In de overlevering is wel aangegeven dat deze vaarverbinding minstens 36 schutten zou hebben gehad.


Van een doorgaande vaarverbinding is geen sprake meer.

Een kort bestaan
Van Schoonbeke maakte geen half werk van zijn ontginning. De concessie gold maar voor 36 jaar en in die tijd werd het gebied ook geheel verveend. Vervolgens werd De Grift aan haar lot over gelaten. De verwaarlozing van deze vaarweg had verstrekkende gevolgen. Omdat de Grift de hoofdafwatering van de Lunterse Beek had overgenomen leidde de slechte staat van onderhoud tot wateroverlast. Gesteund door Amersfoort kreeg Woudenberg het vervolgens in 1590 voor elkaar om de Grift op meerdere plaatsen af te dammen. De hoofdafwatering via de Lunterse Beek werd zo hersteld, maar het betekende ook dat er niet meer kon worden gevaren op de Woudenbergse Grift. Pas in de 20e eeuw werd de watergang opgeschoond en kreeg het weer een functie voor de waterhuishouding.

Dromen over een vaarweg
Na het afdammen van de Woudenbergse Grift werd er pas eeuwen later weer volop gedroomd over een vaarweg door de Gelderse Vallei. De provincie Utrecht heeft dit lang geblokkeerd. In 1674 verhief het Renswoude tot vrije en hoge heerlijkheid, mits de heer van Renswoude nooit een vaart of grift zou toestaan op zijn gronden. Rond 1850 leek een gecombineerd afwaterings-, inundatie- en scheepvaartkanaal als onderdeel van de verbetering van de Grebbelinie een oplossing voor alle problemen. Uiteindelijk werd gekozen voor het Merwedekanaal langs Utrecht dat daarvoor opnieuw veel politieke druk uitoefenende. Zo’n 100 jaar later gebeurde feitelijk weer hetzelfde ondanks de oprichting van de in 1913 opgerichte Kanaalvereeniging ‘De Geldersche Vallei’. Het Amsterdam-Rijnkanaal werd een verlenging van het Merwedekanaal. Er werd daarmee niet gekozen voor een nieuw kanaal door de Gelderse Vallei. Het was provinciaal waterstaatsingenieur Anton Mussert die hiervoor uiteindelijk de onderbouwing leverde.

Het Valleikanaal
Om dan in ieder geval toch het hoofd te bieden aan de wateroverlast werd in 1934 besloten tot de aanleg van een nieuw kanaal op Utrechts grondgebied: het Valleikanaal. Het werk hieraan begon in 1937 als werkverschaffingsproject en het kanaal kwam, mede door oorlogsschade, in 1948 gereed. Bij de aanleg van het kanaal werd grotendeels gebruik gemaakt van bestaande watergangen, zoals de Broeksloot, de Lunterse Beek en de Modderbeek. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd het kanaal verruimd. Net ten noorden van Overberg komen het Valleikanaal en de Woudenbergse Grift (hier bekend als Schoonebekergrift) bij elkaar waarna ze nog ruim een kilometer evenwijdig aan elkaar lopen totdat de Woudenbergse Grift in het niets verdwijnt en het Valleikanaal het eeuwenoude tracé overneemt.


De Woudenbergse Grift zal hier nabij het Valleikanaal en de A12 uiteindelijk onopgemerkt verlanden.

Langs de Woudenbergse Grift

Bij de Rode Brug
Aan de Vieweg bij de Rode Brug in Leusden begint mijn tocht langs de Woudenbergse Grift (1). Hier stroomt de Woudenbergse Grift onder de brug door de Lunterse Beek in. Aan de oostzijde liggen de fraaie landerijen en bossen van Landgoed Den Treek. Aan de westzijde de lommerrijk Vieweg richting Landgoed De Boom. Aan de zuidkant stroom de Woudenbergse Grift naar de einder. Aan de noordzijde ligt achter de akkers Leusden-Zuid.

Te snel begonnen
Het is een mooi startpunt. De Woudenbergse Grift eindigt hier duidelijk in de Lunterse Beek en aan de westzijde van de vaart lokt een aantrekkelijk zandpad om de tocht zuidwaarts te starten. Zo is het ook gegaan, maar thuis wachtte mij een verrassing. Ik had meer naar het noorden moeten gaan. De Woudenbergse Grift liep hier ooit verder als Grift naar de Heiligenbergbeek. Hier bij de Vieweg hebben zandige akkers de bedding gevuld, maar in Leusden-Zuid en bij Buitenplaats de Heiligenberg is de Grift nog zeer goed als een brede sloot te zien. Pas thuis was mijn tocht compleet.


Startpunt bij de Vieweg bij de Lunterse Beek. Rechts onder de brug ligt de Woudenbergse Grift. 

Een tocht langs ontginningen
Ik ging dus zuidwaarts en daar is op zich niets mis mee. Hier loopt een prachtig breed zandpad voor kilometers langs de vaart. Het is een tocht door niemandsland. Aan de westzijde lommerrijke weiden die aan de einder worden begrensd door de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Aan de oostzijde grenst de vaart direct aan de bossen van landgoed Geerestein. Het is er bovenal stil.

Onderdeel van kanoroute
De Woudenbergse Grift is niet bevaarbaar voor schepen of motorboten. Wel kun je er kanoën. Je kunt via de Lunterse Beek en het Valleikanaal zelfs een rondje maken. Nu is er niemand op het water, maar het lijkt mij een goed voornemen voor in een mooie zomer.

Een heel lang Grand Canal
Na ruim een kilometer wordt langzaam duidelijk dat de Woudenbergse Grift aan de oostzijde aan een landgoed grenst. Er staat een charmant huis in chaletstijl, huis ‘Griftpark’. Iets verderop takt een watertje aan op de grift. Er ligt een brug overheen. Dit is iets bijzonders. Het is het Grand Canal van de oude ridderhofstad Geerestein (2). Met een lengte van 930 meter is dit het langste Grand Canal van Nederland. Het is een landschapsstructuur die soms wordt toegepast in de parken van kastelen en buitenplaatsen. Een paar dorpen verder ligt het meer zichtbare, maar minder lange, Grand Canal van het kasteel bij Renswoude.


Het Grand Canal van Geerestein.

Gerende kavels
Het huis Geerestein zelf dateert van oorsprong uit de 14e eeuw. Het is in de 19e eeuw witgepleisterd en in de jaren tachtig van de 20e eeuw in dezelfde stijl verdubbeld voor gebruik als kantoor. De naam is afkomstig van de gerende (schuin lopende) kavels die hier liggen in de ontginning. De Woudenbergse Grift, maakt hier een kleine knik. Daardoor kon de opstrekkende verkaveling aan de oostzijde ervan niet meer mooi op elkaar aansluiten en bleef een groot blok over waarop het huis werd aangelegd.

Aan de rand van het dorp
Het is een mooi stukje zo langs landgoed Geerestein, maar al snel na het Grand Canal kom je aan de rand van het dorp Woudenberg. Dit dorp ligt aan de oostzijde van de vaart. Je komt eerst langs een sportpark en vervolgens langs de wat meer gegoede bebouwing met vrijstaande woningen. Aan de westzijde van de grift staan wat oudere arbeiderswoningen en bedrijfjes. Het is opvallend dat de Woudenbergse Grift als eerste ontginningsas niet bepalend is geweest voor de dorpsvorming van Woudenberg. Het dorp zelf is in het midden van de ontginning van het Westerwoud aangelegd bij de kruising van de weg van Amersfoort naar Leersum met die van Zeist naar Ede.

Een plompe rotonde
De Woudenbergse Grift kruist vervolgens de weg van Zeist naar Ede (de N224). Hier lag vroeger een tolhuis. Dat is al lange tijd verdwenen, maar ook de kruising zelf is niet meer hetzelfde. Er ligt nu een enorme rotonde waarmee de N224 zijn vrij recente tracé als randweg om Woudenberg begint. De Woudenbergse Grift is er als een ongenode gast en wordt zonder veel plichtplegingen onder de rotonde doorgeleid. Na een grillige oversteekroute door dit verkeersriool is de grift weer te volgen op weg naar het zuiden.


De Woudenbergse Grift duikt onder de rotonde door.

Op naar buiten
Wat volgt is een mooie route waarin je snel weer buiten Woudenberg bent. Je zit aan de flank van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug en dat geeft een lommerrijk vergezicht naar het westen. De grift zelf gaat steeds meer het landelijk gebied in. Er worden enkele bruggen en een stuw gepasseerd. Niet ver voor de provinciale weg tussen Woudenberg en Maarsbergen houdt de weg op. Met een klein wandelpaadje kun je nog verder om uiteindelijk bij de provinciale weg aan te komen. Het is een mooi plekje. Veel infrastructuur met bruggen en een stuw, maar ook een mooie bomenlaan van het landgoed Anderstein (3). Het contrasteert prettig met de drukte van de provinciale weg.

De leegte van de venen
Even oversteken en dan wacht de leegte van de voormalige Ginkelse Venen. De fraaie boerderij ‘Griftheuvel’ wordt gepasseerd. Het is een boerderij uit het einde van de 19e eeuw. Verderop staat nog zo’n fraaie boerderij; ‘Nieuw Altena’ uit 1886 (4). Het is wel opvallend dat langs deze oude ontginningsas geen oudere bebouwing staat. Het was vooral bedoeld ten behoeve van de vervening en vormde blijkbaar minder een motief om zich er vervolgens aan te vestigen. Het kan te maken hebben met het feit dat de Woudenbergse Grift als vaarweg maar zeer kort heeft bestaan. Al snel werden er dammen en stuwen in gelegd. Dat is nu nog goed zichtbaar. Er staan vooral wat 20e eeuwse bebouwing langs de grift, maar verder is het een groot leeg agrarisch gebied zo hier ten zuiden van Woudenberg.


Door de voormalige Ginkelse Venen.

Losgelaten
Bij het landgoed Rumelaar is het lastig om de Woudenbergse Grift verder te volgen. Lopend door de bossen zou het kunnen, maar er is geen pad. De vaart loopt nu eenzaam door een fraai landgoed met veel bosschages. Via de weg langs de spoorlijn is de vaart wat oostelijker weer op te pakken. Het is hier rustig (als de trein niet langsrijdt). Een nieuw ecoduct zorgt voor een verbinding tussen de bossen van het Leersumse Veld ten zuiden van de spoorlijn en landgoed Rumelaar (5). Het is een onverwacht mooi en verstild gebied.

Langs de spoorlijn
Vanaf hier loopt de Woudenbergse Grift grotendeels langs de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Dit is één van de oudste spoorlijnen van het land. De lijn kwam gereed in 1845 en de grift ligt letterlijk en figuurlijk in de schaduw ervan. Eind jaren veertig is de Woudenbergse Grift hier ook voor een klein deel omgeleid. Bij het eerder genoemde ecoduct loopt de vaart nu met haakse bocht direct op de spoorlijn af, terwijl deze vroeger zijn rechte loop behield en zo onder een schuine hoek een kilometer later bij de spoorlijn aankwam. Dat is vrijwel niet meer zichtbaar op een enkel greppeltje na. De komende ruim 2 kilometer ligt de Woudenbergse Grift tussen de spoorlijn en de rijksweg A12 in. Op slechts enkele plekken kun je via een erftoegangsweg even een blik op de vaart werpen.


Een nieuw gegraven gedeelte bij landgoed Rumelaar.

Opgenomen in een verdedigingslinie
Pas nabij Overberg is de Woudenbergse Grift weer goed te volgen. Via de Heuvelse Steeg kom je op een bijzonder punt terecht (6). Hier langs de A12 voegt de liniedijk van de Grebbelinie zich bij de Woudenbergse Grift. Vroeger liep hier de Broeksloot en eindigde feitelijk de Woudenbergse Grift. De liniedijk wordt nu aan de noordzijde begeleid door het Valleikanaal. Het vormt zo een mooi langgerekt eiland tussen beide waterwegen dat deels als wandelgebiedje is ingericht. Het Valleikanaal is breed en robuust, terwijl de Woudenbergse Grift steeds smaller wordt en uiteindelijk verland voor de kruising met de rijksweg A12. Het Valleikanaal loopt verder richting Veenendaal op het tracé van de voormalige Broeksloot. Je vindt hier een enigszins complex waterhuishoudkundig punt met de nodige historie. Het is een mooi einde van de tocht, ondanks het geraas van de snelweg.

De Leusdense Grift
Het stukje grift ten noorden van de Lunterse Beek bleef mij intrigeren. In Leusden pakte ik later het spoor op en kon ik de grift volgen tot deze net onder het Huis Heiligenberg in de Heiligenbergsebeek uitmondt (9). Het is een deel dat in Leusden zelf de naam Leusdense Grift draagt. Gezien de ontginningsrichting in de middeleeuwen was deze grift er vermoedelijk eerder dan de Woudenbergse Grift en is deze laatste een logische voortzetting ervan. Nu de verbinding tussen deze twee delen is verbroken is de relatie minder helder. Ook in Leusden zelf krijgt dit deel van de grift niet heel veel aandacht, met uitzondering van het gedeelte langs de nieuwbouw van de Tabaksteeg (7). De Leusdense Grift stroomt verder grotendeels onopvallend langs de sportcomplexen van Leusden (8). Het past wel bij de Woudenbergse Grift; een vrij onopvallende eeuwenoude vaarweg die je moet willen ontdekken.


De Leusdense Grift bij Leusden-Zuid.

Wat valt op?

  • Het doorgaande karakter van deze vaarweg is door de eeuwen heen totaal verdwenen. De Woudenbergse Grift ligt vol met stuwen en bruggen, terwijl sommige delen van de vaart zijn gedempt. Bij de kruising met andere infrastructuur, delft de grift duidelijk het onderspit;
  • Ondanks dat het ooit een belangrijke ontginningsas was, is er nooit een nederzetting of buurtschap ontstaan langs de Woudenbergse Grift. De oudste bebouwing dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw en is ook slechts sporadisch te vinden. Daaruit kun je concluderen dat de vaart nauwelijks heeft gefunctioneerd als vaarroute en vooral nodig was voor de waterhuishouding;
  • De Woudenbergse Grift verbindt meerdere landgoederen aan elkaar. Dat maakt het een aantrekkelijke route om langs te fietsen of wandelen. Zo kom je langs de Heiligenberg, Geerestein, Anderstein en Rumelaar;
  • Een deel van de route langs de Woudenbergse Grift is half- of onverhard. Waar er wel een weg langs ligt, is dat meestal geen doorgaande route. Dat maakt dat je weinig last hebt van gemotoriseerd verkeer;
  • Met het langste Grand Canal van Nederland mondt een bijzonder landschapselement uit in de Woudenbergse Grift;
  • Informatie over de Woudenbergse Grift vind je niet onderweg. Wel is het waterschap Vallei en Veluwe goed in het plaatsen van naambordjes. Je vindt er zeker een tiental langs de route. Dat geeft toch een zeker gevoel van importantie die deze voormalige vaarweg wel verdient.


De Woudenbergse Grift (Schoonderbeeksche Grift) bij de spoorwegkruising in 1905.

Literatuur

  • Beaufort, R.F.P. de en Louis H. Jansen, Over geschiedenis en volksleven van Woudenberg, Kruseman’s uitgeverijmaatschappij, ’s-Gravenhage, 1969.
  • Lagers, H. en K. Veenland-Heineman, Maarn, geschiedenis en architectuur, Stichting publicaties Oud-Utrecht, Monumenten-Inventarisatie provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, 2003.
  • Nieuwersluis, W.H.M., Het Westerwoud, Scherpenzele, Geschiedenis van Scherpenzeel en regio, 11, 1994.
  • Reichgelt, A.F.M., Geografie van Woudenberg in historisch perspectief, De Klapperman, bijdragen tot de geschiedenis van Woudenberg, juni 2008.
  • Renes, H., H. Vlaardingerbroek en L. Wevers, Leusden, geschiedenis en architectuur, Stichting publicaties Oud-Utrecht, Monumenten-Inventarisatie provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, 1998.
  • Stades-Vischer, E. en K. Veenland-Heineman, Woudenberg, geschiedenis en architectuur, Stichting publicaties Oud-Utrecht, Monumenten-Inventarisatie provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, 

---

Verkenning: 29 maart 2017, 20 juni 2018 en 14 oktober 2018 - Geplaatst: 28 december 2018