• darkblurbg

Ligging

De Kerkvaart is een vaart van ruim 3,1 kilometer lang in het Groene Hart. De vaart vormt een verbinding tussen de Ringvaart in Mijdrecht en de Kromme Mijdrecht bij het buurtschap De Hoef. De Pondskoekersluis zorgt voor de verbinding tussen de Kerkvaart en de Kromme Mijdrecht.

Geschiedenis

De Ronde Venen
De Kerkvaart bevindt zich bij Mijdrecht. Dit is één van de kernen in de zogenaamde Ronde Venen. Voor wie op een kaart of luchtfoto dit gebied aanschouwt, zal deze benaming geen verrassing zijn. Het gebied, waar behalve Mijdrecht ook Wilnis, Waverveen en Vinkeveen toe behoren, kent een cirkelvormige verkavelingsstructuur. Deze ronde structuur is nog goed te herkennen in het oude ontginningslint waar de dorpen op liggen en in de oude veenriviertjes als Amstel, Waver, Winkel, Angstel, Aa en Kromme Mijdrecht.

Een hoog veenkussen
Genoemde veenriviertjes liepen vrijwel in een cirkel rondom het oude veenkussen dat hier vroeger was gelegen. Het gebied was nat en slecht toegankelijk, maar vanaf de middeleeuwen verbeterde de ontwatering en werd het grote Utrechts-Hollandse veengebied geleidelijk aan ontgonnen en als veenweide in gebruik genomen. Zo ook de Ronde Venen.

Van buiten naar binnen en van oost naar west
In 1085 is er de eerste schriftelijke bron over het ontginnen van het gebied door het kapittel van Sint Jan. Er werden ontwateringssloten aangelegd vanaf de walletjes langs de veenriviertjes richting het centrum van het gebied. Evenwijdig hieraan werden enkele zuwen (ontginningsassen) aangelegd. Op enige afstand van het centrum van het gebied sloten deze zuwen aan op een rondlopend ontginningslint. Aan dit lint ontstonden van oost naar west de dorpen Vinkeveen, Waverveen, Wilnis en Mijdrecht.


De Janskerk aan de Ringvaart in Mijdrecht. De kerk is onderdeel van het oude ontginningslint.

Van water naar land naar water naar land
En zo werd het natte veengebied in de middeleeuwen in gebruik genomen voor de landbouw. Na een eeuw of drie kreeg het veen een andere economische betekenis. Als turf bleek het zeer geschikt als brandstof. Waar eerst nog boeren kleinschalig turf voor eigen gebruik staken, werd dit al snel een hele industrie. Vanaf de 15e eeuw ging dat zo hard dat de veenweidepolders van de Ronde Venen veranderden in waterplassen. Pas vanaf de 19e eeuw werden deze plassen gedeeltelijk weer drooggemaakt.
Deze grote droogmakerijen, met een bodemdiepte van tussen de vijf en zes meter, maken nu het merendeel uit van de Ronde Venen. Bij Vinkeveen zijn de door vervening ontstane plassen bewaard gebleven en nu niet meer weg te denken voor de recreatie. Het oude veenweidepolderlandschap is nog goed te zien bij Demmerik.

De Bijleveld
Hoe zit het nu met de waterwegen in dit gebied? Veruit de belangrijkste vaarweg in het gebied was de Bijleveld. Tot de aanleg hiervan werd al in 1413 door de graaf van Holland (Willem van Oostervant) opdracht gegeven. Het 23,5 kilometer lange kanaal loopt van de Amstel bij Uithoorn tot aan de Oude Rijn bij Harmelen. Het was in eerste instantie bedoeld als afwateringskanaal, maar zou eeuwenlang een belangrijke scheepvaartfunctie vervullen. Als gevolg van de verveningen werd het gedeelte tussen Wilnis en de Amstel tot onderdeel van een grote waterplas. Na de droogmaking van het gebied in de 19e eeuw, kwam dit gedeelte van de Bijleveld dan ook niet meer terug.


De historische waterstructuur in de 17e eeuw bij Mijdrecht (west is boven).

En de Kerkvaart dan?
Ten westen van Mijdrecht lag al in de middeleeuwen de zogenaamde Sloot op de Bijleveld. Op oude kaarten toont het zich als een (half) natuurlijk water dat vanaf de Kromme Mijdrecht naar het centrum van het veengebied liep waar het aansloot op de Bijleveld. Tegelijkertijd is te zien dat net ten noorden van deze sloot de Kerkvaart loopt. Deze vaart lijkt bewust aangelegd. Het snijdt het grondgebied van Mijdrecht precies doormidden in een noordelijke en zuidelijke helft. Het is waarschijnlijk dat deze vaart is ontstaan uit één van de eerste ontwateringsslootjes in het gebied.

Scheiding tussen polders
Ten noorden van de Kerkvaart lag eeuwenlang de Hoflandspolder en ten zuiden ervan de Bozenhovense Polder. Het is goed mogelijk dat de Kerkvaart is aangelegd in de 14e eeuw toen de polders door inklinking steeds lager kwamen te liggen en hun water niet meer goed kwijt konden. Door met de in de 14e eeuw geïntroduceerde windwatermolens op de vaart af te wateren kon het water naar de Kromme Mijdrecht worden afgevoerd.


De Kerkvaart tussen de polders. Ze zijn deels verveend en deels drooggemalen (1865).

Van steeds meer belang
Met de verveningen in beide aanliggende polders is de Kerkvaart eeuwenlang goed gebruikt door de turfschippers. Wel was er op den duur een sluis nodig om het verschil in waterniveau tussen Kromme Mijdrecht en de polders bij Mijdrecht te overbruggen. Deze sluis kwam naast de dijk langs de Kromme Mijdrecht te liggen en is nog steeds in zijn 17e eeuwse vorm aanwezig: de Pondskoekersluis.

De Pondskoekersluis
De bijzondere naam Pondskoekersluis is een naam die in de 19e eeuw in zwang raakt. In die tijd worden nog veel producten van de koekfabriek De Lindenboom in Mijdrecht over het water vervoerd. De schippers deden het sluisgeld wel eens af met een pond koek. Zo konden zij het geld in eigen zak steken. De sluis is nog altijd in werking en heeft een schutlengte van 17,50 meter en een verval van 1,75 meter.


De Pondskoekersluis in gebruik.

Water wordt weer land
In de 17e en 18e eeuw wordt de Kerkvaart steeds meer omringd door water. Hoewel de provincie Utrecht diverse verordeningen uitvaardigt tegen de vervening gaat het landverlies door. De polders ter weerszijden van de Kerkvaart worden geheel verveend en als er geen dijken rondom de vaart hadden gelegen was het net als de Bijleveld verdwenen. De grote plas water boezemt ook angst in. Er is een reëel gevaar dat het zich samenvoegt met de nabije meren bij Nieuwkoop, Zevenhoven, Leiden en het Haarlemmermeer. In 1789 wordt het plan bekrachtigd om het gebied tussen de Kromme Mijdrecht en de Amstel droog te malen. De start van de Mijdrechtse Droogmakerijen.

Een voortvarende start
Op 25 januari 1790 wordt onder leiding van de provincie gestart met de Eerste Bedijking van de Mijdrechtse Droogmakerijen. Dit betreft het grootste deel van de Hoflandpolder te noorden van de Kerkvaart. De bedijking wordt voortvarend aangepakt. In 1791 is de ringkade voltooid en voorziet een kleine molengang in de bemaling. Tegelijkertijd wordt gestart met de bouw van het tweede stoomgemaal in Nederland. Deze neemt in 1794 het werk over van de molens. Het water is dan pas 60 cm. gezakt. Twee maanden later komt daar nog 48 cm. bij en in 1796 is het water 3 meter gezakt.

Gebrek op gebrek
Het gaat echter niet snel genoeg. De ringdijk is vol gebreken en het stoomgemaal kan de bemaling niet aan. Er wordt een tweede stoommachine voor in het gemaal aangeschaft, maar een gebrek aan steenkool verhindert het gebruik ervan. Als noodgreep schaft de droogmakerij twee molengangen van vier windwatermolens aan voor ƒ 200.000,-, waaronder aan de Kerkvaart. Ook deze windwatermolens voldoen niet. De droogmakerij ligt er vervolgens desolaat bij met als ongewenst dieptepunt de verkoop en afbraak van het stoomgemaal in 1831.


Het waterrijke Mijdrecht met alleen de Eerste Bedijking gereed (1860).

Eind goed al goed
Gezien het gevaar dat alle veenplassen opleveren wordt uiteindelijk toch de droogmaking doorgezet. Een door de koning benoemde commissie neemt in 1836 het roer in handen en weet deskundig de molengangen te verbeteren. Na ruime tijd valt de polder van de Eerste Bedijking droog waarna pas in 1852 de gronden publiekelijk door het Rijk worden verkocht. Er zijn slechts 2 kopers.

De Tweede Bedijking
Het gaat gelukkig een stuk sneller met de volgende twee bedijkingen. De Tweede Bedijking is een kleine bedijking dat aan de zuidoostzijde van de Eerste Bedijking grenst ten noorden van de Kerkvaart. In 1852 ligt er een ontwerp. Eerst was er het idee om de molengang aan de Kerkvaart ook voor deze polder te gebruiken, maar uiteindelijk wordt gekozen voor een stoomgemaal aan de Mennonietenwetering. Binnen een jaar valt polder droog en worden de gronden verdeeld onder de 18 ingelanden.

De Derde Bedijking
Deze grote bedijking ligt ten zuiden van de Kerkvaart. Hier is de turfwinning nog in volle gang. De verveners krijgen tot 1863 de tijd om turf te winnen. Wel wordt al gestart met een ringdijk, die in 1857 gereed is. Verder dient het stoomgemaal in 1862 klaar voor gebruik te zijn. De polder wordt in 2,5 jaar drooggemalen. In 1864 vindt de publieke verkoop plaats. Na deze drie bedijkingen werd in 1872 nog gestart met de centraal gelegen Polder Groot Mijdrecht. Dit centraal gelegen gebied was ooit het hoogste, maar is nu het laagste punt van alle droogmakerijen in de Ronde Venen.

Dynamiek langs de Kerkvaart
De Kerkvaart maakte al deze landschappelijke dynamiek mee. De vaart draagt al vanaf de aanleg bij aan de waterhuishouding. Daarnaast is de vaart goed gebruikt ten behoeve van de afvoer van turf, de werkzaamheden bij de bedijkingen en voor de ontwikkeling van de agrarische en industriële activiteiten in Mijdrecht en omgeving. Mijdrecht had in de 18e en 19e eeuw vele turfschepen en daarnaast ook meerdere scheepswerven. Deze tijd is voorbij. Nu is de vaart enkel recreatief in gebruik. Ongeveer 2.000 schepen passeren jaarlijks de Pondskoekersluis.


De Kerkvaart als vaarweg.

Langs de Kerkvaart

Mijmerend over Mijdrecht
Onze tocht begint in Mijdrecht. Een historisch lintdorp dat flink is gegroeid, maar dat met deze krachtinspanning ook het nodige aan karakter heeft verloren. Vroeger was het van belang als locatie van het Proostenhuis, een oude ridderhofstad. Deze is echter verdwenen onder de ringweg/ringdijk en daarmee verdween ook de kennis over de exacte locatie. Het dorpslint zelf herbergt incidenteel wat mooiere pandjes. Ook de koekfabriek De Lindeboom is nog aanwezig, maar vooral herkenbaar als winkelcentrum. Het meest iconisch aan Mijdrecht is nu het betonnen kantoorgebouw van Johnson Wax van architect Maaskant dat uit 1964 dateert. Het gebouw staat langs de provinciale weg op de kop van het bedrijventerrein en is een monumentaal voorbeeld uit de Wederopbouwperiode.

Een bescheiden begin
Zoekend naar het begin van de Kerkvaart moeten we net achter de Janskerk (1) zijn. Aan deze kerk heeft de vaart haar naam te danken, al is de rechte loop naar de kerk verdwenen. Nu is de vaart te vinden langs de doodlopende Prinses Irenelaan. Hier takt de Kerkvaart aan op de Ringvaart. Het is er lommerrijk door het groen in de tuinen van aanliggende woningen. De Kerkvaart maakt deel uit van de doorgaande route richting Kromme Mijdrecht en Amstel. Iets verderop ligt de eerste van drie bruggen over de vaart. Vanaf deze brug naar het westen toe is de vaart over zo’n 150 meter op zijn smalst.


De Kerkvaart net voor de aansluiting op de Ringvaart.

Een slinger
De Kerkvaart maakt vervolgens een slinger voordat het in een rechte lijn richting de Pondskoekersluis en de Kromme Mijdrecht loopt. Vroeger lag hier een fraai park, maar vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw is er een groot en hoog appartementengebouw verrezen. In de straatnaamgeving wordt de Kerkvaart nog geëerd door een straat met dezelfde naam die wel in een rechte lijn richting de kerk aan de Kerkstraat loopt. Hier was vroeger de haven van Mijdrecht gelegen met daaraan onder meer scheepsmakerijen en andere fabrieken (2). Het is duidelijk dat de slinger in de Kerkvaart pas als vaarroute is ontstaan met de droogmaking van de Polder Groot Mijdrecht en de toen aangelegde Ringvaart. Voor die tijd vertakte de Kerkvaart in meerdere insteekhaventjes tot aan het dorpslint. Eén van die haventjes is nu de hoofdvaarroute geworden in aansluiting op de Kerkvaart.

Geblokkeerd zicht
Vanaf het appartementencomplex wordt het zicht over de Kerkvaart vooral in beslag genomen door de hoog opgaande brug (3) naar de wijk Hofland in de voormalige Hoflandpolder (nu Eerste Bedijking Mijdrechtse Droogmakerij). Vanaf deze brug is er wel een prachtig uitzicht over de Kerkvaart. Richting het oosten een blik op de kerk en de forse windmolen. Naar het westen toe is het beeld heel Hollands met water, dijken en groene polders. De Kerkvaart ligt hoog boven de bedijkingen en is voorzien van een machtige flauw glooiende dijk. Naast het blauwe water overheerst het groen van gras en bomen met her en der bebouwing.


De slinger van de Kerkvaart voor het appartementengebouw langs.

De oude Molengang
Het beeld aan de noordzijde van de dijk is het fraaist. Hier staat sporadisch wat bebouwing aan de vaart. Van de molengang van vier molens is alleen nog de romp van één van de molens aanwezig (4). Het maakt nu deel uit van een woning dat met een zekere smaak oud en nieuw verenigd. Hoewel er aan de noordzijde geen pad rechtstreeks langs de vaart loopt, zijn er wel diverse hekken als begrenzing van de percelen. Deze ogen wat lomp. Her en der ligt een schip aan de kant. Gevaren wordt er op dit moment nog niet over de vaart.

Boven de dijk kijken
Aan de zuidzijde is het beeld anders. Hier heeft de laatste uitbreiding van Mijdrecht plaatsgevonden. Hoge moderne appartementengebouwen liggen laag in de droogmakerijen, maar kijken vanaf de bovenste verdiepingen mooi over de dijk van de Kerkvaart heen over het polderlandschap. Ten westen hiervan begint al snel een agrarisch landschap met vooral glastuinbouw. Het pad zelf ligt bovenop de dijk langs de Kerkvaart. Het is een smal voet-fietspad dat zich tussen de bloemrijke bermen een weg baant. Een grote kastanje zorgt voor een prachtig beeld.


Nieuwbouw langs de Kerkvaart.

Van de dijk af
Na ruim een kilometer verdwijnt het pad van de dijk en is het met de fiets handiger om via de droogmakerij de Kerkvaart weer op te zoeken nabij de Pondskoekersluis. Lopend kun je echter prima over deze grasdijk verder gaan, alhoewel dit waarschijnlijk niet de bedoeling is. De dijk is hier onbegroeid zodat je goed het verdere verloop van de Kerkvaart tot aan de Kromme Mijdrecht ziet. Tot ongeveer 1965 liep hier nog een wandelpad. Aan de andere zijde van de vaart gebeurt ook weinig. Je kunt daar wel over de dijkweg van de Tweede Bedijking langs de vaart gaan. Er staan daar wat boerderijen onderaan de dijk, maar langs de vaart zelf staan, op een enkele boom en wat hekken na, geen verdere bijzonderheden meer.

De oude spoorbaan
De Kerkvaart is weer goed te overzien vanaf de brug in de hoek van de Ringdijk Tweede Bedijking. Hier loopt de weg van Nieuwkoop naar Uithoorn. Iets verderop heet deze weg de Oude Spoorbaan en dat is ook wat het was. Hier liep vanaf 1915 de spoorlijn tussen Alphen aan den Rijn naar Uithoorn. De spoorlijn was onderdeel van de Haarlemmermeerlijnen en werd ook wel ‘bonenlijntje’ genoemd naar het product dat er veel werd vervoerd. In 1936 werd de lijn alweer gesloten. Het tracé is nu grotendeels in gebruik voor het autoverkeer.


Zicht vanaf de Oude Spoorbaan over de Kerkvaart.

Een klein paradijs
Altijd op zoek naar een mogelijkheid om zo dicht mogelijk langs de vaart te blijven, wordt daar geheel in voorzien door een klein paadje dat verlegen aantakt op het fietspad halverwege de zuidelijke helling naar de brug. Dit paadje leidt naar de Kerkvaart en zo verder onder de brug door richting de Pondskoekersluis. Het is een klein paradijs met bankjes om te genieten van het uitzicht en aanlegplaatsen voor de recreatievaart (5).

De Pondskoekersluis
Deze sluis is een plaatje (6). Een prachtig klein sluisje met een redelijk groot verval dat zorgt voor een indrukwekkend gezicht op de hoge sluisdeuren. Hoog boven de sluis loopt de weg over de dijk langs de Kromme Mijdrecht. Een klein klimmetje en je bent bij de sluiskom. In het seizoen voorzien van een ijscokar. Vanuit de naastgelegen uitdragerij (of zo u wilt brocante) wordt het sluisjes bediend. Het is een prachtig gezicht en mooi dat het zo nog kan werken in Nederland. We hebben geluk. Er komt juist een grote sloep aanvaren die voor onze ogen wordt geschut. Zo wordt er op deze doordeweekse mooie lentedag toch nog gevaren op de Kerkvaart.


De nog aanwezige molenromp langs de Kerkvaart.

Wat valt op?

  • De Kerkvaart is zo’n vaart waar er heel veel van zijn (geweest) in het Groene Hart. Heel vaak is de vaarfunctie verdwenen, maar hier niet. Dat zal mede te danken zijn aan de aanleg van de Ringvaart en de doorgaande route die zo is ontstaan tussen Oude Rijn, Vecht en Amstel;
  • Het landschap rondom de Kerkvaart is door de eeuwen heen drastisch veranderd. De vaart ligt echter al vanaf de 17e eeuw op zijn eigen plek en peil. Een flinke dijk beschermd nu de omliggende ‘badkuipen’ tegen het hoge water in de vaart;
  • Op de sluis en een molenromp na is er feitelijk niets historisch meer overgebleven van hetgeen langs de vaart stond aan molens en industrie;
  • Dit is een vaart die vooral in de zomer tijdens het vaarseizoen goed in gebruik is. Daarbuiten levert het verstilde mooie Hollandse plaatjes op. Bij strenge winters een aanrader;
  • Het is jammer dat Mijdrecht (zeker bij de genoemde slinger) zo met de rug aan de vaart is gelegen. Hier had meer ingezeten;
  • De Pondskoekersluis en directe omgeving is fantastisch.

Literatuur

  • Bent, E.A.G. van den, C.M.P.F. van den Broek, Mijdrecht, meer dan veen alleen, gemeente Mijdrecht, Uitgeverij Verweij BV, Mijdrecht, 1985.
  • Bruijne, F.H., de, De Ronde Venen, een sociaal-geografische studie van een gedeelte van het Hollandsch-Utrechtsch weidelandschap, proefschrift, Libertas drukkerijen, Rotterdam-Utrecht, 1939.
  • Wijk, G. van, Mijdrecht negenhonderd jaar; Mijdrecht van toen tot bijna nu in vogelvlucht, Uitgeverij Verweij, Mijdrecht, 1985.

 

---

Verkenning: 17 mei 2017 - Geplaatst: 15 januari 2020