West-Friesland

Gepubliceerd op: 01-11-2020

West-Friesland als eiland tussen de droogmakerijen. Wie in de Kop van Noord-Holland ronddwaalt kan zich verbazen over de tientallen dijken en variaties in poldergezichten. Deze kaart geeft inzicht hoe dat is ontstaan en hoe de kanaalbouwers daar gebruik van hebben gemaakt.

Het landschap in de Kop van Noord-Holland spreekt tot de verbeelding. Het is een oer-Hollands gezicht met vergezichten over polders, dijken en sloten. Een beeld dat overal wordt begeleid met kloeke kerktorens van mooie dorpjes. Een landschap dat in West-Friesland wel meer dan 1.000 jaar oud is, maar dat in aangrenzende gebieden een stuk jonger is. Rijdend door het gebied word je verrast door de variatie in hoogteverschillen, dijken en verkaveling. Het roept verwondering op over hoe dit landschap is ontstaan en hoe het ruimtelijk in elkaar steekt.

Een kaart zegt daarbij vaak meer dan duizend woorden. We zien daarop het eeuwenoude landschap van West-Friesland. Daaromheen liggen tal van droogmakerijen. dit zijn meren en delen van de zee die vanaf de zestiende eeuw zijn droog gemalen. West-Friesland ligt dan nog vrijwel als een eiland tussen het water. Enkel via de strandwal bij Bergen en Schoorl was het verbonden met land. Daarnaast grensde het aan de Eilandspolder van Graft-De Rijp, waarvan de naam alleen al voldoende zegt over de ligging. Ook binnen West-Friesland waren meren aanwezig, waaronder de Grote Waert, de huidige Heerhugowaard. Dit meer ontstond door vervening. Samen met De Schermer vormde het een zeer groot binnenwater dat de steden en dorpen in de omgeving bedreigde. Vooral in de 17e eeuw zijn dan ook veel van dit soort meren en binnenwateren droog gemalen. Een operatie die mogelijk was door de rijkdom van de Amsterdamse handelaren en die soms economisch succesvol was, zoals De Beemster, en soms een stuk minder, zoals de Starnmeerpolder of de Heerhugowaard.

Alle droogmakerijen in West-Friesland zelf dateren uit de 17e eeuw. Het begon echter met het in cultuur brengen van de strandwallen en -vlakten van de Zijpe aan het eind van de 16e eeuw. Daarmee werd West-Friesland nog meer aangehecht aan het kustgebied. De Zijpe werd niet lang daarna gevolgd door de Wieringerwaard. Een kleine en vrij onbekende, maar wel prachtige, droogmakerij. Vervolgens volgden de beroemde droogmakerijen ten noorden van Amsterdam. Pas vanaf de 19e eeuw volgden uitbreidingen richting de Waddenzee met de Anna Paulownapolder, de Groet- en Waardpolder en tenslotte de Wieringermeer. In deze polders heeft duidelijk een schaalsprong in het landschap plaatsgevonden. Hier zijn vooral de overgangen met de andere droogmakerijen en met het oude land fraai om te zien.

Het zal niet verbazen dat er in deze gebieden ook tal van kanalen liggen. Op de kaart zijn de belangrijkste aangegeven. Het valt duidelijk op dat deze kanalen goed gebruik maken van de ringvaarten die om de droogmakerijen zijn gegraven. Dat scheelde al meteen heel wat werk. Het valt meer op waar dat niet is gebeurd, zoals bijvoorbeeld in De Zijpe. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat deze polder geen ringvaart kent. De Zijpe was ook niet een diep meer, maar een aangeslibde strandwalvlakte. In West-Friesland zijn wel vaarten en kanalen aanwezig, maar weinig behoren nu nog tot het hoofdvaarwegennetwerk. Die enkele kanalen liggen allemaal in westelijke deel van het gebied met Alkmaar als spil. Wel beschikt West-Friesland over één heel bijzonder waterbouwkundig werk dat niet onbenoemd kan blijven; de scheepslift van Broekerhaven. De enige scheepslift die Nederland rijk is.  

 

West-Friesland